Mysterieus België

Van A tot Z: Sagen, mythen, legenden, sterke verhalen, geheimzinnige geschiedenissen, historische mysteries, feiten en fictie van Aalst tot Zwevezele, van Arlon tot Wéris! Wij organiseren voor u een stadsspel, GPS-spel, stadswandeling, detectivespel, fotozoektocht in Mysterieus België met 1 spelleider, met diverse performers, of in een doe-het-zelf pakket, in het Nederlands, Frans of Engels! Vraag hier vrijblijvend een offerte aan!

12.2.10

Damme: zijn zwarte hond, zijn zeemeermin, zijn scheepskerkhof...







Zijn zwarte hond...

In 1180 wil Filips van den Elzas een haven bouwen aan de monding van de Reie, een riviertje uit het binnenland dat zich vertakt in de streek van Brugge. Daarvoor moeten eerst sterke dijken gebouwd worden, om de eeuwig dreigende overstromingen 'af te dammen'. En die dijken dienen op stevige grondvesten te rusten, waar men erg diep voor moet graven, tot er vaste grond wordt bereikt.

Eindelijk zijn de eerste lagen van de onderbouw klaar. Die nacht wordt er dan ook druk gefeest. De volgende morgen blijkt de onderbouw evenwel verdwenen te zijn in het water... als het ware verslonden door een watermonster.

Men begint opnieuw, maar bekomt hetzelfde resultaat... Tot één van de werklui zich herinnert hoe men vroeger een offer bracht aan de goden van de onderwereld, als men een onvergankelijk bouwwerk wilde optrekken. Bij het bouwen van een burcht werd al eens een gevangene in de muren gemetseld... en nu zwerft er al geruime tijd een vieze zwarte hond op de werf rond. Vaak staat hij zomaar wat in een sloot of gracht te turen. Wanneer de boel weer eens verzopen is, laat hij echter een luid geblaf horen. Waarom zou men het niet eens met een hondenoffer proberen?

De hond wordt gevangen en in een bodemloze put geworpen... en het waterpeil daalt. Een paar maanden later is de dam klaar. Het stadje dat bij de nieuwe haven ontstaat, wordt eerst 'Hondsdamme' genoemd en later kortweg 'Damme'. In het wapenschild van Damme vindt men nog altijd een zwarte hond terug...



Zijn zeemeermin...


Op een kwaaie dag vangen enkele burgers van Damme een in het Zwin aangespoelde zeemeermin. Ze brengen het arme schepsel naar de markt van Damme, om haar daar ten toon te stellen. De zeemeermin spartelt tegen, huilt en smeekt om haar vrij te laten, maar die van Damme zijn niet te vermurwen... en dus wordt ze iedere dag op de markt van Damme, en zo lang er volk op afkomt, voor veel geld te kijk gesteld.

De zeemeermin wordt er tegelijk wanhopig en woedend van. Sinds ze daar aan de paal staat, heeft ze geen woord meer gesproken. Maar op de derde dag schreeuwt ze het plotseling uit:

Damme zal vergaan
en Brugge zal bestaan!

Die van Damme schrikken zich een bult. Voor straf sluiten ze de meermin op in een diepe, donkere vergeetput in Oostkerke, waar ze sterft van verdriet. Kom je eens in Oostkerke, vergeet dan niet even een bezoekje te brengen aan de Meerminnenput.

En haar voorspelling? Tsja... De haven van Damme is inderdaad verzand... en die van Brugge bloeide. (Maar ook weer niet zo lang.)



Zijn scheepskerkhof

In de zomer van 1340 tracht Eduard III van Engeland zijn aanspraken op de Franse troon kracht bij te zetten met de hulp van 250 in het Zwin gemeerde oorlogsschepen. Hij wil het daar tot een zeeslag laten komen met de Vlamingen, Normandiërs en Picardiërs in dienst van Philips VI van Valois. Hun vloot wordt, merkwaardig genoeg, aangevoerd door twee landrotten: admiraal Quiéret en kapitein-ter-zee Béhuchet. Die laatste is zelfs nog een belastingontvanger geweest, die uiteindelijk voor het beroep van zeerover heeft gekozen. De ruimen van zijn schepen zijn dan ook goed gevuld met de buit van zijn rooftochten.

De Genuese kaperkapitein Barbavera, die aan hun zijde vecht, vindt de formatie die wordt ingenomen niet zo'n goed idee. De schepen zijn immers in rijen van drie aan elkaar geketend en bij de boeg zwaar gebarrikadeerd. Quiéret en Béhuchet hebben echter zo hun eigen geheime agenda. Vier van hun schepen, die voor de vastgeketende vloot kruisen, zijn uitgerust met een heel nieuw type wapen: het kanon.

Eduard III is al even zegezeker, niet omdat hij over een revolutionair wapen beschikt, maar vanwege zijn numerieke sterkte. De ruimen van zijn boten zijn volgestouwd met meubelen en kostbare geschenken voor zijn gade, Philippine van Henegouwen, die in Gent verblijft. Aan boord zijn ook de eredames van de koningin, die als in een loge zijn gaan zitten om niets van de zeeslag te missen.

Wanneer de kanonnen van de Fransen knallen, wordt het schip van de hofdames geraakt. Het vergaat met man en muis, en ook met alle hofdames en schatten aan boord. In het gevecht dat hierop volgt, wordt Béhuchet gevangen genomen en opgeknoopt, wordt Quiéret gedood en kiest de Genuees Barbavera het hazenpad. Terwijl 200 schepen met wapens, bagage en buit worden gekelderd en het water van de baai rood kleurt, trekt de rode gloed die van heinde en verre te zien is plunderaars aan. Ze snijden de gewonden de keel over en beroven de doden.

Sindsdien zoeken schattenjagers onvermoeibaar naar dit reusachtige scheepskerkhof dat Eduard III en zijn vijanden hebben achtergelaten. Ze doen dat in de buurt van Damme, niet onder de zeespiegel, maar in het zand. Een mysterieuze sirene had immers ooit voorspeld dat Damme zou verdrinken, niet in het water, maar in het zand. Die van Damme geloofden haar niet en merkten al evenmin hoe het zand van het eiland Cadzand in de monding van het Zwin de vaargeul verstikte. Tot het te laat was...

Schattenjagers zouden hoe dan ook best rekening houden met de stroming, die de vloot meer noordwaarts gedreven moet hebben, naar een plek ergens tussen het voormalige eiland Cadzand en Knokke. Ben je zelf van plan naar het scheepskerkhof onder het zand te gaan speuren, start je onderzoek dan waar de zee nu bij springvloed nog de polders en zilte weiden overspoelt...


Zie ook:
http://www.damme-online.com/nl/cultuur/stadslegendes.htm