Mysterieus België

Van A tot Z: Sagen, mythen, legenden, sterke verhalen, geheimzinnige geschiedenissen, historische mysteries, feiten en fictie van Aalst tot Zwevezele, van Arlon tot Wéris! Wij organiseren voor u een stadsspel, GPS-spel, stadswandeling, detectivespel, fotozoektocht in Mysterieus België met 1 spelleider, met diverse performers, of in een doe-het-zelf pakket, in het Nederlands, Frans of Engels! Vraag hier vrijblijvend een offerte aan!

28.6.10

Poperinge: Het Uurwerk van de Sint-Janstoren

Horloge de la Mort, Mons
uit het stadsspel Het Mysterie van Mons


Omstreeks 1850 werd er een moord gepleegd te Poperinge. Het gerecht vermoedde dat een horlogemaker de dader was, maar de man was onschuldig. Nochtans werd hij als één van de laatsten in ons land geguillotineerd.

Reeds met één been op het schavot bleef hij zijn onschuld staande houden. "Ik zeg het u voor de allerlaatste keer!" riep hij uit. "Ik ga boeten voor een ander! Want het is de waarheid en niets anders dan de waarheid dat ik geheel onschuldig ben! Even waar is mijn onschuld als het feit dat het uurwerk van de Sint-Janskerk vanaf vandaag telkens zal stilvallen wanneer het op twaalf uur zal staan, zowel 's nachts als overdag!"

En inderdaad... toen het twaalf uur werd, stond het uurwerk stil. Men klom in de toren en bracht het weer aan de praat, maar twaalf uur later stond het opnieuw stil. Men nam het uurwerk uit de toren, herstelde het en plaatste het er terug in. Maar elke middag om twaalf uur en telkens wanneer het middernacht werd, viel het uurwerk van de Sint-Janskerk stil.

Ten slotte heeft men het uurwerk uit de toren genomen en het er niet meer opnieuw in gestoken. De gaten zijn nu nog te zien in de kerktoren, maar een uurwerk is er niet meer.

24.6.10

Avant première nieuw stadsspel:


Tijdens het thrillerfestival "Poirot in Bruges" werd het nieuwe "Da Vinci Code" stadsspel "De Geheimen van Brugge" in avant-première voorgesteld door Patrick Bernauw.

Je kunt dit spel ook spelen met een doe-het-zelf pakket... of in een organisatie van vzw de Scriptomanen.

Lees meer:
Het Nieuwsblad - Gemeente Brugge: Video: Poirot in Bruges

Video met sfeerimpressies: Poirot in Bruges

 

23.6.10

StoryNations 2.0 - A passion for stories

Travel meest recente verhaal
Kortrijk - Waar men de Heer nog kan loven
Kortrijk - Waar men de Heer nog kan loven
Door: storynations - 1 dagen geleden
Kortrijk, waar men de Heer nog kan loven.
Binnenkort beschikbaar. Doch alvast een voorsmaakje. Click op de foto. Herkent u deze unieke stem?
Haal het hele verhaal
Travel
story01
U wilt hier ook uw verhaal ?
Bent u een toeristische dienst, museum, natuurpark, erfgoedcentrum, ... en heeft u zelf reeds een auditief of audiovisueel verhaal dat speciaal is ontworpen voor bv. mp3...
Door: storynations - 7 dagen geleden
Meer
story01
'Damiaan fluistert' - luisterwandelroute
Welkom in ... Tremelo.
Wat hebben Sven Nys en Pater Damiaan gemeen?
Precies, de grond van Tremelo.
Door: storynations - 7 dagen geleden
Meer
download
story01
Ambiorix ontvangt je in TONGEREN
De oudste stad van België ... Tongeren! Wandel met ons mee en maak een spannende tijdreis in het verleden door middel van hedendaagse technologie. TONGEREN GEEFT is de betaalcode voor de voucher...
Door: storynations - 7 dagen geleden
Meer
download
story01
Beeldentour 2010 - Middelheimmuseum
Eerste reeks downloads GRATIS aangeboden door Navitell. Gebruik de betaalcode 'MIDDELHEIM' om je download te betalen. Middelheimmuseum i.s.m. Piazza dell'Arte...
Door: storynations - 7 dagen geleden
StoryNations 2.0 - A passion for stories

22.6.10

Onkerzele: Het Orakel Ontgraven



Tussen 4 augustus en 19 oktober 1933 verscheen de Heilige Maagd niet minder dan 36 keer aan Leonie Van den Dijck, een ongeletterde volksvrouw uit Onkerzele, bij Geraardsbergen. Kort na die verschijningen begonnen er zich in Onkerzele ook Zonnewonderen voor te doen, waarvan Leonie opnieuw het middelpunt was. Wij zouden die fenomenen nu ‘UFO-verschijnselen’ noemen, maar zoals u wellicht weet werd de UFO pas een kleine twintig jaar later uitgevonden.

Net zoals het geval was geweest met Beauraing en Banneux, trokken duizenden bedevaarders nu naar dit onooglijke dorpje bij Geraardsbergen, om een glimp op te vangen van "de zieneres van Onkerzele". Vanaf dat ogenblik begon "Nieke", zoals ze door iedereen genoemd werd, ook opmerkelijke voorspellingen te doen. Zo voorzag ze de dood van koning Albert I, die volgens haar niet van die rots in Marche-les-Dames viél, maar ervan af gedùwd werd. Ze voorspelde, als we haar biograaf Gustaaf Schellinck tenminste mogen geloven, ook het ongeluk dat koningin Astrid zou overkomen en het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

Religieuze massahysterie, paranormale fenomenen, hemelse tekenen of gewoon bedrog? Ieder zal er wel het zijne van denken. Maar zelfs haar grootste tegenstanders fronsten toch wel even de wenkbrauwen toen ze het laatste wapenfeit van Leonie Van den Dijck vernamen. Kort voor haar dood in 1949 voorspelde Leonie immers dat haar lijk "niet snel tot ontbinding zou overgaan". Dit moest het bewijs zijn dat al haar voorspellingen en alle andere vreemde fenomenen waarvan zij het middelpunt was geweest, waarheid en werkelijkheid waren.

In 1972, 23 jaar na haar dood, besloten enkele van haar trouwste volgelingen de proef op de som te nemen. In aanwezigheid van een BRT-cameraploeg werd haar lichaam opgegraven... Het was inderdaad al die jaren intact gebleven. De wetsdokter die bij deze gebeurtenis aanwezig was, kon alleen maar vaststellen dat de wetenschap geen afdoende verklaring had voor dit verschijnsel.

Het lichaam van Leonie Van den Dijck was niet gebalsemd of op een andere wijze "geprepareerd". Ging het hier om een onvervalst wonder? Mogelijk… want ook het lichaam van vele heiligen bleef op een wonderbaarlijke wijze intact. En was het niet de bedoeling van Gustaaf Schellinck en de andere aanhangers van Leonie Van den Dijck de eenvoudige volksvrouw uit Onkerzele heilig te laten verklaren?

Eén van haar volgelingen was overigens de wetsdokter die de vaststellingen deed. Zijn uitspraak, dat de wetenschap "geen afdoende verklaring" had voor dit soort fenomenen, is dus niet zo verwonderlijk maar wel onjuist. Een bepaalde grondsoort, om maar iets te zeggen, kan een lichaam jarenlang conserveren. Zekere geneesmiddelen en/of vergiften, zoals arsenicum, hebben dezelfde bijwerking.

Gustaaf Schellinck liet zijn biografie – in feite een heiligenleven met daarin onder meer een opsomming van de voorspellingen die Leonie in de jaren dertig en veertig had gedaan – pas in 1972 verschijnen, naar aanleiding van haar opgraving. Bij al haar voorspellingen van gebeurtenissen in de jaren dertig en veertig kunnen dus levensgrote vraagtekens geplaatst worden, behalve dan bij die ene voorspelling – haar laatste – dat haar lichaam bewaard zou blijven. Maar wat als Gustaaf Schellinck vooraf wist dat Leonie Van den Dijck begraven zou worden in een grondsoort die een conserverende werking bezat?

Het is een vraag waarop Guy Didelez en ikzelf eveneens het antwoord schuldig moesten blijven, in het boek dat we in 1993 schreven over Leonie Van den Dijck, met als titel Het Orakel Ontgraven...




Hier is het Voorwoord van dit boek dat oorspronkelijk verscheen in 1993, en dat integraal online zal worden gepubliceerd, afwisselend op de blog Mysterieus België  en op de blog van Patrick Bernauw:

Als een auteur een boek schrijft, waarin het – historisch – hoofdpersonage bezocht wordt door onder anderen de Heilige Maagd, kan hij twee kanten op. Of hij denkt vanuit een katholiek-fundamentalistische invalshoek en wil een soort moderne hagiografie plegen. Of hij is een atheïst en onderneemt een frontale aanval op wat hij beschouwt als een belachelijk bijgeloof.

Onze houding ligt iets genuanceerder. Wij zijn dan ook veeleer agnostici dan rechtgelovigen of atheïsten.

Toevallig kruiste ene Leonie Van den Dijck ons pad, en het weinige dat wij van haar wisten, vervulde ons met een gevoel van verwondering. Kijk, dachten we, zo straf kunnen wij het niet verzinnen. Als we eens een verhaal wijdden aan haar verhaal?

We trokken op onderzoek uit en vielen van de ene verbazing in de andere. Nieke werd niet alleen bezocht door verschijningen, ze was ook het middelpunt van een serie Zonnewonderen. Die eenvoudige volksvrouw had niet alleen visioenen, ze deed ook voorspellingen met betrekking tot het Belgisch vorstenhuis en de toestand in de wereld. En dan zwijgen we nog over haar onmiskenbare contacten met de Belgische high society én met een officiële pretendent van de Franse kroon.

Klap op de vuurpijl was haar bewering dat haar lijk 'ongeschonden' bewaard zou blijven. In 1972 werd een eerste maal poolshoogte genomen. En ja hoor.

Wij willen niets bewijzen met dit boek. Wij zijn nergens voor en nergens tegen, maar we hebben geprobeerd zo open en onbevangen mogelijk verslag uit te brengen over Leonie Van den Dijek, daarbij geholpen door de notities van haar biograaf Gustaaf Schellinck, het 'Komiteit voor de zaak Leonie Van den Dijck' in Onkerzele, de paranormaal vorser Emiel Ramoudt, diverse krantearchieven en een berg literatuur over de meest uiteenlopende onderwerpen. Voor zover het in onze mogelijkheden lag, hebben we kritische kanttekeningen geplaatst bij haar geschiedenis, hebben we haar voorspellingen en claims gecontroleerd, hebben we naar parallelle gevallen en gebeurtenissen gezocht en naar verklaringen.

Het was niet onze bedoeling aan te tonen dat Leonie Van den Dijck al dan niet bezoek kreeg van de Maagd Maria. Het was wél onze bedoeling u te laten delen in onze verwondering, onze verbazing, onze verbijstering ten slotte.

Wat was er precies aan de hand in Onkerzele, anno 1933? Massahysterie, charlatanerie op grote schaal, een hemels teken, een natuurlijk verschijnsel of een paranormaal fenomeen? Een beetje van alles tegelijk, misschien?

We stellen alleen vast dat het geval-Onkerzele precedenten kende: Beauraing, Banneux, Fatima. En dat Leonie Van den Dijck best één en ander geïmiteerd kan hebben, al zien wij niet in hoe zij een Zonnewonder zou imiteren.

En dan zijn er haar voorspellingen... Een erkende voorspelling dient voor de beschreven gebeurtenis te zijn vastgelegd, volledig uit te komen en maar één keer in vervulling te gaan.

Wat de eerste door Wim Zaal gegeven vereiste betreft, stellen we vast dat de voorspellingen van Leonie Van den Dijck met betrekking tot gebeurtenissen in de periode 1934-1945 alleen aan intimi bekend waren voor¬dat ze zich voltrokken, en dat ze pas in 1972 voor het eerst werden gepubliceerd. Hoewel een mystificatie dus zeer goed mogelijk is, wijst niets in de manier waarop de visioenen uiteindelijk openbaar gemaakt werden, in die richting. Ondanks hun sensationele inhoud, publiceerde Gustaaf Schellinck ze in een zo goed als anoniem, slordig uitgegeven boekwerk met een bijzonder bescheiden oplage.

Is de tweede voorwaarde van Wim Zaal vervuld en zijn al haar voorspellingen volledig uitgekomen? Nee. Maar precies dàt maakt ze zo interessant. Want wat voor reden kan een mystificator hebben om zogenaamde voorspellingen te publiceren die maar gedeeltelijk zijn uitgekomen? Geen!

De voorspelling van het ongeval dat koningin Astrid zou overkomen, wijkt op één bepaald detail frappant af van de officiële versie. En wat doen we met de door Leonie Van den Dijck voorziene 'moord' op koning AIbert? Het ging toch om een ongeval? Of niet soms? Wie de kwestie wat aandachtiger bekijkt, merkt dat lang niet iedereen het eens was over de gebeurtenissen bij Marche-les-Dames... Leonie beweerde trouwens niet alleen over die koningskwestie beter geïnformeerd te zijn dan de modale sterveling.

'Dat arme, ongeletterde vrouwtje zal wel een beetje verward geweest zijn,' dachten wij. 'Of misschien is de roem haar naar het hoofd gestegen. Leonie Van den Dijck raadgeefster van het hof? Van een Franse kroonprins? Kom nou!'

Maar wie dieper op de zaken ingaat, komt alweer voor verrassingen te staan...

Ten slotte is er de ultieme voorspelling. 'Na mijn dood,' zei Leonie Van den Dijek, 'zal ik niet snel tot ontbinding overgaan.' Op de keper beschouwd is het haar enige voorspelling die openbaar werd gemaakt voor men de proef op de som kon nemen, want precies vanwege die claim besloten haar getrouwen het stoffelijk overschot van de zieneres van Onkerzele op te graven. Dat gebeurde in tegenwoordigheid van de officiële instanties en... van een cameraploeg van de BRT. Leonie had niet overdreven.

Nu hoeven wij dit 'ongeschonden lijk' niet te interpreteren als een mirakel. Er kan best een natuurlijke verklaring voor zijn, al worden de experts ter zake het niet eens. Nee, het gaat ons om het feit dat Leonie Van den Dijck vooraf had gezegd dat dit zou gebeuren.

Wie de thesis van de mystificatie ook op dit punt wil verdedigen, moet er al een gigantisch komplot bij slepen om een en ander aanvaardbaar te maken.

Ziet u ons probleem? Wij kwamen er niet uit. En wij hopen van u hetzelfde.



Patrick Bernauw & Guy Didelez



18.6.10

Nokere: De Spookachtige Lijkstoet


Een weduwnaar uit Nokere hertrouwde na de dood van zijn vrouw vrij snel met een erg jong en tamelijk lichtzinnig meisje. Omdat het bakvisje niet in staat was het huishouden te beredderen, stuurde hij haar voor een tijdje naar het pensionaat in Waregem. Hij bezocht het meisje daar regelmatig, maar vertelde er nooit bij dat het om zijn kersverse bruid ging.

Toen het verlof was aangebroken, trok de man uit Nokere naar Waregem om zijn bruid daar af te halen. Het was al donker geworden toen hij samen met haar weer het grondgebied van Nokere betrad. Op dat ogenblik zagen zij plotseling een prachtige lijkstoet voor hen uitgaan. Vier schitterend witte paarden trokken een met kleurige linten versierde corbillard, aan weerskanten begeleid door een rij meisjes in lange witte jurken, afgezet met kant. Ze droegen ieder een lantaarn en schreden statig en heel traag voort. Toen de man en zijn jonge echtgenote hen bereikt hadden, opende de stoet zich voor hen. Ze waren echter veel te bang om erin mee te stappen.

De lijkstoet liet een grote indruk na op de man. En zo kwam het dat hij naar de broeders van Waregem trok om hen te vragen wat dit allemaal te betekenen had. Een van de broeders stelde voor hem te vergezellen wanneer hij opnieuw met zijn jonge vrouw naar het pensionaat in Waregem trok. De broeder zou een eindje achter hem aan lopen en de man moest hem een teken geven als hij iets vreemds bemerkte.

Acht dagen later, toen het meisje opnieuw naar het pensionaat moest vertrekken, spraken zij af met de broeder bij de kerk van Nokere. Ze hadden de laatste huizen van het dorp nog niet bereikt, of daar dook de lijkstoet al op. De man deed een teken naar de broeder, die dichterbij kwam. En toen loste de hele stoet als in rook op... met koets, paarden, meisjes en al.

"Misschien is het je eerste vrouw," verklaarde de broeder daarop, "die je op deze manier duidelijk wil maken dat je toch wel een beetje te snel bent hertrouwd, naar haar zin..."



De spookfoto's zijn afkomstig uit het city game Het Mysterie van Mons uit de reeks Mysterieus België. U kunt dit stadsspel zowel spelen in onze organisatie en met 1 spelleider door ons ter beschikking gesteld, als met een handig doe-het-zelf pakket en in uw eigen organisatie. De jongedame op de foto's is trouwens Lynn Van Royen, die in Het Mysterie van Mons de rol speelt van een toch wel vrij vrouwelijke engel...

15.6.10

Mechelen: De Geschiedenis van Opsinjoorke



Het legendarische Opsinjoorke is al eeuwenlang een ware beroemdheid in de Nederlanden. De naam doet vermoeden dat de ‘smijtpop’ uit Antwerpen afkomstig zou zijn, maar niets is minder waar. De pop werd in de Mechelse praalstoeten en ommegangen met een doek in de hoogte geworpen en daarna weer opgevangen. Deze traditie is zo goed als zeker van Spaanse oorsprong; in Spanje heet de pop El Pelele. In het Prado van Madrid hangt er trouwens een gelijknamig werk van Goya dat enkele dames voorstelt die een man in de lucht werpen. Opsinjoorke symboliseert dan ook de ontrouwe echtgenoot en de eeuwige dronkelap die zijn eega afranselt wanneer zij zich beklaagt over zijn gedrag, en vervolgens als straf door de buren in een laken door de straten wordt meegetroond en omhoog geworpen.
Uit oorkonden die bewaard worden in het Mechels stadsarchief, blijkt dat Opsinjoorke door ene Valentijn van Landscroon in 1647 uit hout werd gesneden. Hij kreeg eerst de naam ‘Sotscop’, vervolgens werd hij ‘Vuilen Bras’, ‘Vuilen Bruidegom’ en ‘Vuilen Bruid’ genoemd. In 1775 kreeg hij dan eindelijk zijn definitieve naam: ‘Opsinjoorke’. En dat kwam zo…
De Mechelse praalstoeten lokten steeds erg veel volk naar de gewezen hoofdstad der Nederlanden, en daar kwam nogal eens hommeles van. Toen de ommegang van 4 juli 1775 ter hoogte van de Sint Katelijnestraat gekomen was, viel de ‘Vuilen Bruid’ naast het doek. Een zekere Jacobus De Leeuw uit Antwerpen, stak zijn armen uit om zijn hoofd te beschermen tegen de pop, en werd ervan beschuldigd de ‘Vuilen Bruid’ te willen roven. Mechelen en Antwerpen waren al eeuwenlang rivalen en de wederzijdse schimpscheuten waren niet uit de lucht, en al helemaal niet sinds de Sinjoren de Mechelaars voortdurend belachelijk maakten met het voorval van de ‘Maneblusserij’. Sinjoren waren, met andere woorden, sowieso verdachte sujetten. En dus ranselden de Mechelaars deze arme Sinjoor duchtig af. Jacobus werd ook in de gevangenis geworpen, maar hij wist te ontsnappen en keerde terug naar de Scheldestad, ‘van hoofd tot voeten onder het bloed’.
Jacobus stuurde een protestbrief naar het Mechelse stadsbestuur, waarvan ook nog steeds een kopie in de archieven wordt bewaard, en waarin hij zijn onschuld benadrukte en zijn hoed en wandelstok terugvroeg. Of hij die ook daadwerkelijk terug heeft gekregen, weten we niet… maar vanaf dat ogenblik veranderden de Mechelaars de naam van hun smijtpop wel in ‘Opsinjoorke’, als een schimpscheut op hun eeuwige rivalen. Uit vrees voor wraak werd de pop wel goed bewaakt en veilig weggeborgen in een koffer in het Hof van Busleyden.

Spelboekje voor iedere deelnemer:




Draaiboek voor de organisator van het stadsspel:




Op 7 december 1949 stond Mechelen evenwel in rep en roer, want Opsinjoorke was ontvoerd. Antwerpse studenten waren erin geslaagd het stedelijk museum binnen te dringen en waren met pop en koffer aan de haal gegaan. Tot grote vreugde van de Maneblussers werd Opsinjoorke op 7 januari 1950 terug naar Mechelen gebracht. De ‘popnappers’ werden voor de rechtbank gedaagd, maar vrijgesproken. In 1971 werd Opsinjoorke opnieuw gestolen, maar gelukkig enkele dagen later reeds teruggevonden op de binnenkoer van de Mechelse gevangenis.

Speel nu het citygame In het Spoor van Opsinjoor met 1 spelleider.
Of speel het stadsspel met een handig doe-het-zelf pakket.

9.6.10

Poirot in Bruges - Brugge Plus



Nicci French ©Merlijn Doomernik

Pieter Aspe en Burgemeester Moenaert ©Knack

Na de film "In Bruges" en de tv-serie "Aspe" is Brugge opnieuw in de ban van de misdaad. Twee dagen lang wordt de Brugse Stadsschouwburg plaats delict en nemen tal van misdaadauteurs deel aan het festival. Eregasten zijn Sean French en Nicci Gerrard, beter bekend als het succesvolle schrijversduo Nicci French.
De aanleiding voor dit thrillerevenement is de uitreiking van de Hercule Poirotprijs. Deze prijs wordt jaarlijks uitgereikt door het weekblad Knack aan de beste misdaadroman van het afgelopen literaire seizoen. Knack, het Genootschap van Vlaamse Misdaadauteurs en Brugge Plus bundelen de krachten om rond de uitreiking van deze prijs een evenement te bouwen waarin misdaadliteratuur centraal staat.
De Vlaamse misdaadliteratuur kende de afgelopen jaren een ware boom en wordt nu als een volwaardig literair genre aanzien. "Poirot in Bruges" wil die misdaadliteratuur in de kijker zetten voor het grote publiek. Het evenement is er voor meer dan de boekenliefhebber alleen. Je kunt ook bekende pleiters aan het werk zien of je laten inwijden in de geheimen van het sporenonderzoek.
Poirot in Bruges - Knack Thrillerfestival
vrijdag 18 en zaterdag 19 juni
Stadsschouwburg Brugge
Poirot in Bruges - Brugge Plus

5.6.10

Leuven: De Demon van Cornelius Agrippa


  
De zeer geleerde magiër Heinrich Cornelius Agrippa von Nettesheim werd geboren in 1486, in Keulen. Met zijn alchemistische experimenten probeerde hij lood om te zetten in goud, maar het was vooral de Zwarte Kunst die hem in de problemen bracht. Zo verdedigde hij al eens een vrouw die van hekserij was beschuldigd, of weigerde hij de horoscoop te trekken van een prinses. Op die manier moest hij telkens weer hals over kop vluchten uit een stad als Rome, Madrid, Lyon… om zijn geluk elders te beproeven.
In 1530 kwam Cornelius Agrippa naar Leuven, waar hij doceerde aan de universiteit. Daar liet hij zijn studenten ondermeer kennismaken met twee beroemde werken van zijn hand: IJdelheid der Wetenschappen en De Occulte Filosofie. Maar al snel moest hij ook vluchten uit Leuven, volgens sommigen voor zijn schuldeisers, volgens anderen omdat hij verantwoordelijk was voor het oproepen van de Demon van Leuven.

Martin Antonio del Rio, een Jezuïet die een grote rol speelde in de heksenjachten van de zuidelijke Nederlanden, doceerde theologie aan de universiteit van Leuven terwijl Cornelius Agrippa daar ook werkzaam was. Hij was het die Agrippa formeel beschuldigde van het bedrijven van zwarte magie en het verband tussen de magister en de Demon van Leuven aan het licht bracht…




De vrouw van Agrippa was namelijk  verliefd geworden op een van zijn studenten. Laten we hem voor het gemak Fonske noemen. Ze had haar minnaar de sleutel gegeven van de studeerkamer, waar de magiër zijn gevaarlijkste toverboeken of grimoires achter slot en grendel hield. Fons las een van de formules hardop voor. Het was geen Grieks en geen Latijn en als rechtgeaard student begreep hij er geen snars van, maar het resultaat was wel dat het volgende moment de deur werd open geworpen, en dat daar voor Fons niets of niemand minder dan de vreselijke demon Quasiloco stond, die hij per abuis had opgeroepen...



"Wat moet ik doen, meester?" vroeg hij.                 
"Ik heb u niet met opzet opgeroepen!" protesteerde de student. "Het was per ongeluk! Echt!"
"Allemaal goed en wel," zei de demon. "Maar u weet toch ook dat demonen niet voor niets mogen worden opgeroepen!? En dat zij er niet van houden gestoord te worden!?”
Verstijfd van angst en afgrijzen kon de student niet meteen antwoorden, en dus sloeg Quasiloco hem dood.

Toen Cornelius Agrippa naar huis terugkeerde, trof hij in zijn studeerkamer de demon aan, die – weer tot rust gekomen – bij het lijk van de student was gaan zitten. De magiër was in alle staten. Als men ontdekte wat er precies was gebeurd in zijn huis, zou hij beschuldigd worden van moord. En dus beval hij de demon in het lichaam van de student te varen en door Leuven te gaan lopen, om dan ver genoeg van zijn huis het lichaam te verlaten, zodat het zou lijken alsof de student plotseling dood was gevallen op straat…

En dat heeft Quasiloco ook gedaan… Maar vervolgens heeft hij een ander lichaam overgenomen… En toen is het Schrikbewind van de Demon van Leuven begonnen…



U kunt dit nu ook zelf aan den lijve meemaken in het city game Met Quasiloco door Leuven, dat voor u georganiseerd en gespeeld wordt met 1 spelleider, of dat u helemaal zelf kunt organiseren en spelen met een handig doe-het-zelf pakket.


1.6.10

Koksijde: Atlantis lag in Vlaanderen!

Het spook uit de film Mijn Spook van Ten Duinen


Fragment uit Het Bloed van het Lam:

In de aantekeningen van zijn vader vond Dieter Klein een reproductie van een schilderij van Pieter Pourbus, die in 1580 de abdij van Ten Duinen nog had uitgebeeld in al haar grootsheid. Ten Duinen speelde een prominente rol bij de oprichting van de Tempelorde. Ludwig Klein was, geïnspireerd door het Systeem Schliemann, ten zeerste geïnteresseerd geraakt in de geschiedenis van de abdij en in de sagen die de abdij als onderwerp hadden. In 1940, bijna dertig jaar later, vormde de IJzer geen beletsel meer voor de Duitsers om met een detachement geniesoldaten naar Koksijde te trekken.
Toen Pieter Pourbus zijn schilderij maakte, was de abdij van Ten Duinen al grotendeels bedolven onder het zand. In het begin van de negentiende eeuw waren de 22 hectaren van het abdijcomplex totaal verdwenen onder een zandlaag van zeven meter. Steunend op de uitbeelding van Pourbus en denkend aan het succes van Heinrich Schliemann, ging Dieter Klein op zoek naar wat zijn vader wel eens ‘het Vlaamse Pompeï’ had genoemd. Meer dan een halve eeuw later bezocht hij nu samen met de kleindochter van Jacob Christiaenssens de site waar hij in de zomer van 1940 een deel van de abdij had opgegraven. Zelfs nu was nog lang niet alles blootgelegd. Stijgend grondwater en een paar villa’s zorgden voor problemen bij het vrijmaken van de kerk. In het abdijmuseum bewonderde Lena een aantal voorwerpen die sinds 1949 – toen de opgravingen voor het eerst door professionele Vlaamse archeologen werden aangepakt – aan het licht gekomen waren.
‘Eén van de meest intrigerende vondsten die wij in de zomer van ‘40 hebben gedaan, was een ware necropolis,’ vertelde Dieter Klein, terwijl ze door het grote park wandelden dat in feite een waar openluchtmuseum was. Hij wees haar een plek aan te midden van de opgegraven ruïnes van de oude abdij. ‘Hier hebben we tientallen skeletten aangetroffen. Dit gigantische kerkhof dateerde uit de zesde eeuw, wat toch wel merkwaardig mag worden geheten, als je weet dat de benedictijn Ligerius pas in 1107 vanuit Frankrijk naar de Vlaamse kustvlakte kwam, om daar een plek uit te zoeken die geschikt was voor een klooster. Het land was overstroomd, water en wind maakten de bouw van een abdij onmogelijk. Maar enkele decennia later, na een aansluiting bij de orde van de cisterciënzers, en met de steun van Bernard van Clairvaux, Diederik van den Elzas en zijn echtgenote Sybilla, werd er dan toch een echte kloostergemeenschap gesticht. Ze zou in recordtempo uitgroeien tot een van de belangrijkste van heel West-Europa.’
‘Waarom wilden die monniken precies hier hun abdij bouwen?’ vroeg Lena. ‘Op zo’n woeste en verlaten plek? En ze moeten hier toch ook sporen aangetroffen hebben van die dodenstad! Konden ze dan echt geen betere plek vinden?’
‘Nee,’ zei Klein. ‘Precies om die redenen moesten ze hier zijn… Vanwege die necropool en omdat het hier zo desolaat was… Met de begraafplaats was namelijk iets heel bijzonders aan de hand. De eerste skeletten vonden we in een bouwsel dat eruit zag als een put. De brede stenen rand en een met gaten doorboord deksel deden denken aan een voormalig waterbekken. Het was ongeveer zo groot als een volwassen man en het bood net genoeg ruimte om erin af te dalen. Het hoofd van sommige geraamten rustte op een kruidenkussen, dat duidelijk met zorg was uitgekozen. Op de borst van andere skeletten lag een eenvoudige schelp, aan het uiteinde van een snoer dat ondertussen verdwenen was. In de achterkant van sommige schedels ten slotte zat een rond gat, telkens met een diameter van ongeveer 2,5 centimeter. Er was geen twijfel mogelijk: hun schedels waren doorboord!’
Schedelboring had in de Oudheid en vooral in Egypte niets te maken met een geneeskundige techniek, legde Dieter Klein uit. Het was een rituele ingreep die op het achterhoofdsbeen werd uitgevoerd en waarbij men de pijnappelklier probeerde los te maken. De pijnappelklier werd immers verantwoordelijk geacht voor bepaalde paranormale verschijnselen. Werd ze losgemaakt, dan kon men ze makkelijker in contact brengen met geestesverruimende stoffen zoals artemesia of Sint Janskruid. Als een dergelijke schedelboring door ervaren handen werd uitgevoerd, was ze niet alleen ongevaarlijk, maar ook volstrekt pijnloos.
‘In één van de graven vonden we het goedbewaarde karkas van een everzwijn,’ zei Klein. ‘Het lag in een graf dat zich in niets onderscheidde van alle andere graven. Wat had de aanwezigheid te betekenen van dit dierlijke skelet in een graf dat bestemd was om een menselijk geraamte te herbergen? Onze verbijstering werd nog groter, toen we merkten dat de doodgraver het dier met zorg op de linkerzijde had gelegd, met de snuit in de richting van de ondergaande zon. Dat was de karakteristieke positie waarin ook de menselijke doden waren neergelegd en waarin de dolmens en de menhirs werden aangetroffen. Die bijzonder schikking – midzomerwende, midwinterwende, volgens de as van de zonnestanden – leek erop te wijzen dat we met een Keltische begraafplaats te maken hadden. Bovendien kwamen de antropologen van Ahnenerbe na onderzoek van de schedels tot de conclusie dat ze hadden toebehoord aan een volk dat elke vermenging met andere volkeren – Latijnse of Germaanse – had afgewezen.’
‘Een clan van onverzettelijke Galliërs dus? De begraafplaats bij het dorp van Asterix en Obelix?’
Dieter Klein keek Lena onbegrijpend aan.
‘Sorry,’ zei ze. ‘Dat is iets van na jouw tijd…’
Ze vergat nog al te vaak dat Dieter Klein een man was die uit een ander tijdperk en een andere wereld kwam, die nooit de hare zouden worden.
‘Latijnse kroniekschrijvers vermelden dat de druïden die moesten wijken voor de Romeinse goden, zich lange tijd schuilhielden op de ontoegankelijke eilanden van de Menapiërs,’ ging Dieter Klein verder. ‘Daarna staken ze het Kanaal over om zich in Groot-Brittannië te vestigen. Dit zou een verklaring kunnen zijn voor onze vreemde vondst in de duinen van Koksijde. Het wilde zwijn voedde zich immers met de vruchten van de eik, de gewijde boom waaronder de druïden hun onderricht gaven. Waarschijnlijk is de dodenstad waarop later de abdij van Ten Duinen werd gebouwd een van de laatste initiatiecentra voor druïden op het Europese vasteland geweest… en daar waren de Tempeliers heel goed van op de hoogte.’
Gedurende de volgende eeuwen verrichtten honderden biddende en werkende monniken en lekenbroeders een onnoemelijk groot karwei met het droogleggen en ontginnen van de Vlaamse kuststreek. Een twintigtal uitgestrekte landbouwbedrijven gingen tot de eigendommen van de abdij behoren. De wereldreiziger Guicciardini was vol lof over de abdijbibliotheek; onder de monniken bevonden zich heel wat geleerde geesten van wie er een aantal hoogleraar werden in Parijs. Maar in 1566 werd de abdij geplunderd door beeldenstormers en kort daarop landden de Watergeuzen op de kust.
‘Wat er nog van het klooster overbleef, werd geheel verwoest. Sommige monniken vluchtten naar Brugge – samen met hun rijkdommen en hun dikke boeken boordevol eeuwenoude geheime wijsheid. Bepaalde van hun schatten konden ze echter niet meer in Brugge in veiligheid brengen, en die zouden in de buurt van de abdij verloren gegaan zijn.’
Na de doortocht van de Watergeuzen bleef de abdij verlaten aan de rand van de duinen staan, omdat de monniken in deze onzekere tijden niet naar het klooster durfden terug te keren. De ruïnes verzonken in zand en zee. Daken stortten in, muren brokkelden af, puin werd weggespoeld. De boeren uit de omtrek vertelden dat hun ploegpaarden op sommige plaatsen voorzichtiger stapten, omdat ze een holle klank onder hun hoeven hoorden.
‘We hebben op de terreinen van de abdij nog gedeeltelijk ingestorte onderaardse gangen gevonden, waarvan we dachten dat ze dwars door de Kartuizerduinen naar de abdijhoeve Ten Bogaerde, een van de vele uithoven van de abdij, in Koksijde liepen. Aan het duin de Hoge Blekker en bij Sint Idesbald hebben we muren blootgelegd. De oorlogsomstandigheden hebben me belet verder onderzoek te doen en de wind heeft spoedig alles weer toegedekt met zand. Zo ben ik er nooit achter gekomen welke schatten er nog verborgen liggen in het net van onderaardse gangen dat vertrekt vanuit Ten Duinen.’

Lena bezocht, met Dieter Klein zwaar steunend op haar arm, het prachtige complex van de abdijhoeve Ten Bogaerde. Er was nu een landbouwschool gevestigd. Langs de oprijlaan lag de potvis begraven die daar enkele jaren voordien op Valentijnsdag was aangespoeld. De toegangspoort, de kapel, het zeventiende eeuwse abtshuis en de indrukwekkende monumentale schuur uit de dertiende eeuw waren schitterend bewaard gebleven.
‘Hier rukten de koeien onrustig aan hun kettingen en sloegen de paarden zenuwachtig met hun hoeven tegen de staldeuren. Soms, zo fluisterde men, kon je heel in de verte klokgelui horen dat uit de zee leek op te stijgen, boven het rumoer van de branding uit. Tijdens maanloze nachten zwierven aarzelende lichten langs de hellingen. Op de poort van een schuur bij de patershoeve had iemand ooit raadselachtige figuren in het hout gekerfd. Niemand kon precies vertellen wat ze betekenden of zelfs wat ze voorstelden. Ik meende een pelikaan te herkennen. De tekens hielden een waarschuwing in, zei men.’
‘Een waarschuwing waarvoor?’
‘Dat de nachten op Ten Bogaerde gevaarlijk waren. Dat niemand hier ooit rustig zou dromen. De gebruikelijke bijgelovige nonsens.’
Een oude rattenvanger die met zijn blinde hond van boerderij tot boerderij trok, vond die mysterieuze hiëroflyfen niets om zich zorgen over te maken. Hij had wel vreemdere dingen gezien en strekte zich dan ook rustig uit op het hooi van de schuur, om daar de nacht door te brengen. Omstreeks twaalf uur werd hij gewekt door zijn hond, die klaaglijk jankte. Het dier had de kop naar de deur gewend, zijn haren stonden recht overeind. De deur kriepte open en een gedaante in een witte mantel en met een bloedrood kruis op de schouder kwam de schuur binnen, het gezicht verborgen in de schaduw van een monnikskap. Zonder op of om te kijken, liep de schim naar een hoek van de schuur. In het flauwe licht van de maan zag de rattenvanger hoe de Tempelier een steen uit de muur lichtte. Daarop hoorde hij geldstukken rinkelen. Hij richtte zich op om te vragen wat de gedaante hier kwam uitspoken, maar op hetzelfde ogenblik loste ze als in rook op. De volgende morgen vond de rattenvanger achter de losse steen in de muur een bijna volkomen doorgeroest ijzeren kistje. En in dat kistje: een schat, bestaande uit gouden carolussen.
‘Zomaar een sage?’ vroeg Dieter Klein zich hardop af. ‘Of een verwrongen echo van wat ooit werkelijk is gebeurd?’

Ten Duinen (tekst: Patrick Bernauw / muziek & zang: Fernand Bernauw / clip: Mario Boon)