Mysterieus België

Van A tot Z: Sagen, mythen, legenden, sterke verhalen, geheimzinnige geschiedenissen, historische mysteries, feiten en fictie van Aalst tot Zwevezele, van Arlon tot Wéris! Wij organiseren voor u een stadsspel, GPS-spel, stadswandeling, detectivespel, fotozoektocht in Mysterieus België met 1 spelleider, met diverse performers, of in een doe-het-zelf pakket, in het Nederlands, Frans of Engels! Vraag hier vrijblijvend een offerte aan!

30.12.12

Beste Wensen voor het Jaar 1 van de Nieuwe (Post) Maya Tijdrekening:


19.12.12

Asse: Spookrijders / Affligem: Van Galgenberg tot Duivelsput


Ik ontvang nu al een tijdje, via Facebook, zeer merkwaardige berichten van ene Filip Lovecraft, die te maken hebben met de streek waar ik woon: in Erembodegem, op de grens met Affligem, vlakbij Duivelsput en Galgenberg.
Deze vijfde aflevering vind ik wel erg bijzonder, omdat hij hierin verwijst naar een luisterspel dat ik inderdaad nog gemaakt heb met het Onafhankelijk Radiofonisch Gezelschap Orage, in 1989, en dat toen inderdaad ook uitgezonden werd op Radio Katanga. Het oorspronkelijke scenario heb ik niet meer, en de opname is helaas ook verloren gegaan - maar blijkbaar heeft Filip Lovecraft er een transcriptie van gemaakt. Het thema, een onvervalste 'urban legend' van de spookachtige liftster, heb ik daarna hernomen in een BRT-luisterspel De Man met de Haak,  waarin nog andere urban legends aan bod kwamen. Uiteindelijk zou het verhaal ook de kern van het jeugdboek Spookrijders vormen, dat in 1997 verscheen bij uitgeverij Davidsfonds-Infodok... en maakten we er met Compagnie de Ballade onder dezelfde titel een lied van bijna 10 minuten over, dat we ook tientallen keren live hebben gebracht:


Spookrijders free download





Tekst bezorgd @ http://www.facebook.com/patrick.bernauw


Beste vriend Bernauw,

Hierbij stuur ik je de transcriptie van mijn hoorspel, uitgezonden op de Aalsterse vrije radio Katanga, in 1989. Zoals je je misschien alweer – vaag – herinnert, werd De Vakantie van Lisa Lomé destijds opgenomen in je reeks getiteld Huiveringwekkende Vertellingen, geproduceerd door het Onafhankelijk Radiofonisch Gezelschap ORAGE.

Vriendelijke groeten van je

Filip Lovecraft

7.12.12

Erembodegem / Affligem: Het Kasteel van Boechout





Dit is de transcriptie van een radiodocumentaire, gemaakt door Patrick Bernauw in het kader van de reeks Fantastisch Vlaanderen van het Onafhankelijk Radiofonisch Gezelschap Orage, en uitgezonden op de Aalsterse vrije radio Katanga, in 1989.
Zie ook: Legenden van Lovecraft.

We lopen hier nu door een zogenaamde ‘zavelput’, in feite één van de vele zandsteengroeven op de grens van het graafschap Vlaanderen en het hertogdom Brabant, die in het midden van de 18de eeuw uitgeput raakten. Eeuwenlang hadden zij een mooie witte steen opgeleverd, waarmee heel wat gewijde bouwwerken werden gebouwd, zoals de Sint-Michielskathedraal van Brussel, de Sint-Janskathedraal van ’s-Hertogenbosch, de Sint-Martinuskerk van Aalst of de abdij van Affligem. Ze trokken steenkappers, beeldhouwers en werklui aan, tot zelfs uit Wallonië en Picardië, om de steen te ontginnen en te vervoeren. Zo kunnen ook heel wat  Romaanse toponiemen uit deze streek verklaard worden, zoals Mattein, Mazits of Montil – of zelfs een Parijsstraat.
De bekendste ‘zavelput’ – of zullen we zeggen: de meest beruchte? – is ongetwijfeld de Duivelsput. Er wordt gezegd dat deze grillige scheur in de grond zijn naam te danken heeft aan de lijken van de misdadigers, die op de nabije Galgenberg werden opgeknoopt en hier werden gedumpt. Hun geesten zouden nog steeds rondzwerven in en om de Duivelsput, al of niet in de vorm van een dwaallicht, kermend en weeklagend… En inderdaad, wie goed luistert, zal ze ongetwijfeld horen…
Maar er bestaan ook andere verklaringen voor de herkomst van de naam. Zo zou Satan na verloop van tijd jaloers geworden zijn, omdat de zandsteen gebruikt werd voor het optrekken van heilige bouwwerken. En zou hij al eens iemand in de put getrokken hebben… En misschien is het hùn geweeklaag dat we horen…
Wie zich niet liet afschrikken door het gruwelijke gehuil dat hier regelmatig werd waargenomen, was Eugène De Smet. Als lid van het Belgisch Nationaal Congres en volks-vertegenwoordiger van de conservatieve, zoniet reactionaire soort, liet op deze verdoemde plek omstreeks 1850 het ‘Kasteel van Boechout’ optrekken. Eugène was ervan overtuigd dat het Ancien Regime vroeg of laat zou terugkeren, en wat hem betrof, liever vroeg dan laat. Hij trouwde dan ook alleen voor de Kerk en weigerde aanvankelijk zelfs een wettelijk huwelijk. Pas jaren later liet hij één en ander regulariseren, opdat zijn nakomelingen niet met een onwettige stempel door het leven hoefden te stappen.  
In 1825 was Eugène De Smet vrederechter geworden in Aalst; in 1830 werd hij daar door het Voorlopig Bewind tot arrondissementscommissaris benoemd. We kunnen ons dan ook afvragen waarom hij zo lang heeft gewacht om hier een optrekje te bouwen, dat paste bij zijn status. Als kleine jongen, aan de hand van mijn grootvader, heb ik Fons De Donder nog bezig gehoord over de bouw van het Kasteel van Boechout, alsof hij er zelf bij aanwezig was geweest. Maar dat was natuurlijk niet zo. Fons stierf in 1972, tachtig jaar oud. Hij was nog koewachter geweest onder de Heren Verbrugghen, en het is dankzij deze rasechte volksverteller dat de sagen en legenden rond de Duivelsput bewaard zijn gebleven.
‘Op zekere dag galoppeerde een voorname heer over de Boekhoutberg. Zijn naam was De Smet, als ik het mij goed herinner. Hierboven kwam hij zodanig onder de indruk van het weidse landschap en de eeuwenoude bossen, dat hij uit het zadel sprong, zijn wandelstok in de grond stak en uitriep: “Hier bouw ik een kasteel!” En zie, een weinig later troonde hij al zijn dame en hun hele gevolg mee naar dit plekje op de grens van Oost-Vlaanderen en Brabant… En iedereen was zo in de wolken over dit stukje hemel op aarde dat er weldra een schitterend kasteel uit de grond rees, bestaande uit drie verdiepingen en voorzien van een terras, een gastenkwartier en een herenhuis – alles met elkaar verbonden door een magnifieke glazen brug, getooid met druivenranken… En kwaamt ge langs Brabant binnen, dan moest ge in Vlaanderen gaan slapen!’
Volgens de voormalige koewachter zou Leopold I er vaak op bezoek gekomen zijn. Ook de eerste koning der Belgen vond het een sprookjesachtig mooie plek. ‘Jammer dat mijn residentie in Brussel gevestigd moet zijn,’ zou hij zich eens laten ontvallen hebben, ‘anders bouwde ik hier mijn paleis!’
De werkelijkheid zal ongetwijfeld een stuk prozaïscher geweest zijn. Dat Leopold I, als protestant, op bezoek kwam bij de virulente katholiek die zich hevig had verzet tegen de verkiezing van een telg van Saksen-Coburg tot koning der Belgen, lijkt allesbehalve aannemelijk. De waarheid is dat de paters van Affligem het heidense heiligdom van de Duivelsput al sinds de achtste eeuw – ja, voor de officiële stichting van de abdij! – hadden geannexeerd. Wellicht vonden ze het nu, om een of andere ons onbekende reden, hoog tijd om een extra oogje in het zeil te houden. En hoe konden ze dat beter doen dan door het domein van de Duivel in handen te spelen van een ultra-katholiek politicus, die toegang had tot de hoogste kringen van het land?
Tot voor de Tweede Wereldoorlog, in feite tot het moment dat het Kasteel van Boechout tot stof en asse wederkeerde, deden allerlei sterke verhalen de ronde in de streek, over de motieven van de doorluchtige heer De Smet om halsoverkop het hazenpad te kiezen. Nauwelijks had hij immers op ‘dit stukje hemel op aarde’ een klein paleisje gebouwd, of hij liet zich in 1856 al verkiezen voor het arrondissement Gent, als vertegenwoordiger van de landelijke bevolking aldaar, en ging in Gavere wonen. Het domein van Boechout, met zijn kasteel en zijn park, met zijn Zwarte Vijver en zijn Zwarte Molen uit 1827,  kwam in de handen van de Heren Verbrugghen, die door de goegemeente werden beschouwd als vroede en vrome vaderen, maar over wie uiteindelijk weinig of niets wezenlijks was geweten. Zelfs niet door de zo goed als alwetende paters van Affligem.
In 1936, na de dood van Henri Verbrugghen, werd het kasteeldomein aan de abdij van Affligem geschonken. Van de Heren Verbrugghen werd vervolgens niets meer vernomen, al vonden de paters het blijkbaar wel gepast dat hun naam verbonden zou blijven aan het domein. Wat er daarna met het Kasteel van Boechout gebeurde, is nog steeds gehuld in de nevels van het raadselachtige. De officiële versie van de feiten luidt dat het de bedoeling was het kasteel te gebruiken als een vakantiehuis voor missionarissen. Uiteindelijk waren het echter de leerlingen van het Vrij Technisch Instituut van Aalst die in de jaren veertig, kort na de oorlog, de beschikking kregen over het hoogst charmante gebouw. Omdat het zo moeilijk kon onderhouden worden, zouden zij dan belast geworden zijn met de afbraak van het kasteel. Al zijn er ook geruchten dat het kasteel al tijdens de oorlog was getroffen door een vliegende bom en tot op de grond afgebrand, of dat het zelfs nog voor de oorlog was getroffen door de bliksem en tot op de grond afgebrand, of dat het in brand was gestoken door één van de Heren Verbrugghen, een zekere Philippe. In dit laatste geval werd zelfs een zeer specifieke datum genoemd: 15 maart 1937. 
Wat er ook gebeurd mag zijn, vast staat dat in opdracht van de benedictijnen van Affligem, bij de Duivelsput een drietal nieuwe paviljoentjes werden gebouwd, en dat het domein vanaf dat moment een nieuwe bestemming kreeg – die van ‘jeugdcentrum’. Volgens de huidige gewestplannen mag het Domein Verbrugghen dan al ‘zonevreemd’ gelegen zijn, het griezelige verleden van de plek, galgenveld en heksenkring incluis, vormen al een halve eeuw de inspiratie voor griezelige nachtspelen…

28.11.12

De Tombe van de Zwarte Vijver












Geef toch toe, dat je van kindsbeen af een dromer bent geweest. Dat je zag en hoorde wat anderen niet konden zien of horen – doorschijnende wezens in het woud van je dromen, een stem in je hoofd die de jouwe niet was: nu eens was de stem van een man, dan weer die van een vrouw, een jongen, een meisje. Maar ze sprak altijd Engels, zodat jij de taal van Shakespeare al machtig was nog voor je de driewieler inruilde voor een echte fiets, en zonder één enkele les te krijgen. Je kon geen Engels schrijven en je durfde het niet spreken – omdat je het later ook niet wilde, is je accent altijd afschuwelijk gebleven –, maar je begreep alles wat de stemmen je vertelden. Bijvoorbeeld, hoe je voortdurend verdwaalde…
… in realms apart from the visible world; spending my youth and adolescence in ancient and little known books, and in roaming the fields and groves of the region near my ancestral home. I do not think that what I read in these books or saw in these fields and groves was exactly what other boys read and saw there, but of this I must say little…
Achter het huis van je grootouders bevond zich het restant van de heirbaan Tongeren-Boulogne, die onder meer het Romeinse legerkamp van Assche verbond met de Nervische hoofdstad Bagacum Nerviorum, oftewel: Bavay. Maar lang voordien volgden Keltische handelaars deze route al; daarop wezen de talloze grafheuvels uit Brons- en IJzertijd. De route sneed dwars door het oeroude Kolenwoud en zou later nog uitstekende diensten bewijzen voor het transport van de zandsteen die in de streek van Asse, Meldert, Erembodegem en Affligem werd gewonnen, en waarmee onder meer de Sint-Michielskathedraal van Brussel, de Sint-Janskathedraal van ’s-Hertogenbosch, de Sint-Martinuskerk van Aalst en de abdij van Affligem werden gebouwd. Uitgeputte zandsteengroeven lieten diepe kraters achter, die zich vulden met water en in het beste geval veranderden in visvijvers, in het slechtste in verraderlijke moerassen. Eén zo’n gat in de grond, de Duivelsput, had in de loop der tijden een uitzonderlijk kwalijke reputatie verworven, en toch was het in zijn…
… twilight deeps I spent most of my time; reading, thinking, and dreaming. Down its moss-covered slopes my first steps of infancy were taken, and around its grotesquely gnarled oak trees my first fancies of boyhood were woven.
Hier is het dat je voor het eerst een bosnimf hebt gezien, uitgelaten dansend in het maanlicht – haar naam klonk als Isa... of Lisa. Maar laten we het hier verder niet over hebben, mijn jonge vriend – want zoals ik in mijn verhaal The Tomb op een open plek in het bos de eenzame tombe van de Hyde familie heb gevonden, zo vond jij daar, met Duivelsput en Galgenberg in de rug, aan de oever van de Zwarte Vijver, het kleine mausoleum van de Heren Verbrugghen. Hun kasteel was in de jaren dertig met de grond gelijk gemaakt, maar de paters van de abdij van Affligem hadden hun naam het eeuwige leven geschonken. Niemand wist waarom precies, of het zou moeten zijn dat de paters net op deze manier het ultieme bewijs hoopten te leveren dat het Goede wel degelijk had gezegevierd op het Kwaad, en dat van de Boze werkelijk niets meer te vrezen viel. En hoe konden ze dat beter doen door het domein van de Heren Verbruggen, met zijn Duivelsput en Galgenberg, ook officieel om te dopen tot een ‘Domein Verbrugghen’? De Heren Verbrugghen – van Dames was merkwaardig genoeg nooit sprake in de familiegeschiedenis –
… the race whose scions are here inurned had once crowned the declivity which holds the tomb, but had long since fallen victim to the flames which sprang up from a stroke of lightning. Of the midnight storm which destroyed this gloomy mansion, the older inhabitants of the region sometimes speak in hushed and uneasy voices; alluding to what they call 'divine wrath'…
Nooit zal je de namiddag vergeten toen je voor het eerst op dat verborgen doodshuis stootte. Het was hoogzomer, en het was of je werd bedwelmd door de subtiele geuren van het bos, zijn planten en bloemen, zijn kreupelhout en struikgewas. De geest verliest ieder perspectief  in die omstandigheden; tijd en ruimte worden irreële begrippen, en echo’s van een vergeten voorhistorisch verleden dringen je bewustzijn binnen.
Je kwam hier vaak met je grootvader, maar nooit was je zo ver geweest. Er hingen overal bordjes met Verboden toegang! of Privé Terrein en je zag er zelfs met een doodskop en daaronder in vlammend rood: Danger! En volgens je grootvader lagen er in de buurt van de Zwarte Vijver nog volop ‘wolfsijzers en schietgeweren’ uit de tijd van de Heren Verbrugghen.
Een hele dag had je door de restanten van dit mystieke Kolenwoud gedwaald, langs een karrenspoor dat nog herinnerde aan de antieke Romeinse weg…
… thinking thoughts I need not discuss, and conversing with things I need not name. In years a child of ten, I had seen and heard many wonders unknown to the throng; and was oddly aged in certain respects.
En toen – je baande je een weg door een veld van braamstruiken – stootte je plots op dat kleine dodenhuisje, opgetrokken uit de zandsteen waarvoor deze streek in lang vervlogen tijden bekend had gestaan. De deur stond op een kier, maar een ijzeren ketting en hangsloten verhinderden je de kluis te betreden.
Aangespoord door een stem, die nu eens niets anders leek te zijn dan de zwarte ziel van het Kolenwoud zelf, dan klonk als die van mij of zelfs die van de bosnimf Lisa, gluurde je door de kille vochtige spleet naar binnen. Je trok en sleurde aan de roestige ketens in de hoop de deur verder open te krijgen en zo toch nog naar binnen te kunnen glippen, maar het was al tevergeefs.
And returning home in the thickening twilight, you have sworn to the hundred gods of the grove, that at any cost you would someday force an entrance to the black and chilly depths, that seemed calling out to you.
De tombe fascineerde en obsedeerde je. Op een of andere manier associeerde je de kille zandsteen met een warm en ademend vrouwenlichaam, met de baarmoeder zelfs waaruit de Heren Verbrugghen waren ontsproten – en dan had je nog niet eens Freud gelezen.
Je besefte heel goed dat de geheimen van de sinistere Heren van de Duivelsput hier samen met hen waren begraven. Je dacht aan het gedempte gefluister van de volwassenen, en hun verhalen over de zonderlinge rituelen en losbandige festijnen die hadden plaatsgevonden op het domein van het kasteel dat er nu niet meer was. En dat dit de reden was waarom het moest worden afgebroken… of waarom een Goddelijke Bliksem de Tempel van de Boze in de as had gelegd – het onderscheid was niet zo duidelijk.  
Dagenlang zat je te mijmeren voor de op een kier staande deur van de tombe. Je bracht een sterke zaklamp mee en speurde het voorportaal af, maar je ontdekte alleen het begin van een stenen trap die in de aarde verdween. De geur van verderf was weerzinwekkend, en toch trok het je aan. In een verleden dat voorbij je herinneringen lag, zelfs voorbij het lichaam waarover je nu kon beschikken, was je hier al eens geweest.
How many years have you been looking forward with hot eagerness to this moment, my love?
Hoevele jaren had je – opgewonden en verlangend – uitgekeken naar dit moment? Naar het ogenblik waarop je door een glibberige poort naar binnen zou glippen, om af te dalen in de duisternis van die stenen treden?
Here you would lie outstretched on the mossy ground, thinking strange thoughts and dreaming strange dreams.
Uitgestrekt op de mosgrond voor de ingang van de tombe dacht je vreemde gedachten en droomde je vreemde dromen. Het voelde onmiskenbaar aan als een ontwaken, toen je mijn stem weer hoorde – monotoon, mechanisch, en met dat ongewone vocabularium, die merkwaardige uitspraak.
Was het je verbeelding, of werd daar inderdaad haastig een licht gedoofd in dit haast volkomen in het drijfzand verzonken heiligdom?
Niet dat je overmeesterd werd door paniek, je was zelfs nauwelijks geschrokken. Gehoor verlenend aan een plotselinge ingeving, ging je naar huis en opende de oude zeemanskist in de schuur, die je lang geleden had gekregen van je grootvader, om je speelgoed in te bewaren. Hij was timmerman, hij had ze nog met zijn eigen handen gemaakt.
Het verwonderde je niet dat je er een sleutel in vond waarvan je was vergeten dat hij er ooit was geweest, of op welk slot hij paste.
And so, in the soft glow of late afternoon, you enter the vault. A spell is upon you, your heart leaps with an exultation you can but ill describe.
Wanneer je de deur achter je sluit en in het eenzame licht van een kandelaar de gladde trap afdaalt, lijkt het of je de weg hier kent. And though the candle sputters with the stifling reek of my place, you feel singularly at home in this musty, charnel-house air.
Zoals je kan zien, rusten de kisten op marmeren tafels. Sommige zijn verzegeld en intact, andere zo goed als verdwenen, leaving the silver handles and plates isolated amidst certain curious heaps of whitish dust.
Op een koperen plaatje lees je de naam die ooit de mijne was: ‘Philippe Verbrugghen.’
En in een alkoof vind je twee namen die je doen glimlachen, en beven op je benen. Om vervolgens de kaars uit te blazen, als voor het slapen gaan, om in de kist te gaan leggen naast je bosnimf, op de lege plaats die daar voor jou werd gereserveerd…

Zie ook: 
http://thelostdutchman.hubpages.com/hub/Audio-Theater-with-Howard-Phillips-Lovecraft
(Foto: Highgate Gothix Remix by Anders B.)






 

Thinking of H.P. Lovecraft's Tomb free download






Het verhaal maakt deel uit van het boek Van Galgenberg tot Duivelsput:


De Carrousel uit de Hel





Mijn jonge vriend,

U vraagt zich af wie ik ben, wie ik werkelijk ben, en wat mij drijft. U bent niet (meer) in staat mij op mijn woord te geloven. Dat begrijp ik. U hebt zelf te veel verhalen verzonnen en al te vaak uw fictie vermomd als een feit, om zonder meer geloof te hechten aan een correspondent die plotseling uit het niets is opgedoken en de naam Lovecraft draagt. Vandaar dat het mij zinvol lijkt, voordat ik een tip van de sluier oplicht over de taak die ons wacht, u een hard en onloochenbaar bewijs te verschaffen met betrekking tot de plaats waar ik mij bevind, meer bepaald dus de Brug van Einstein-Rosen.
Al van kindsbeen af koestert u een gruwelijke – en voor iedereen onverklaarbare – aversie voor alles wat met de kermis te maken heeft. Onverklaarbaar voor iedereen, mijn jonge vriend – behalve voor u dan, en voor mij. Zelf slaagt u er doorgaans in het trauma uit uw kindertijd min of meer uit uw parate geheugen te verdringen. En breekt het onverhoopt toch door de dikke vestingmuren die u hebt opgetrokken rond wat u beschouwt als uw gezond verstand, dan schrijft u het alsnog af als een product van uw verbeelding, een kinderlijke fantasie en niets meer.
Nu we al zo ver zijn dat ik uw diepste, meest intieme angst heb blootgelegd, is het misschien wel gepast dat ik u ook tutoyeer? Ik weet namelijk heel goed, mijn jonge vriend, hoe je als jonge vader en gedwongen door de omstandigheden ook een tijdje in het hart van Aalst hebt gewoond. Jullie huis op de Boekboutberg werd verbouwd, en jij en je vrouw logeerden samen met jullie dochtertje van drie boven een winkel in de Kattestraat. Ik weet heel goed hoe verschrikkelijk het voor je was, toen het Carnaval eraan kwam. Niet zozeer vanwege het Carnaval zelf, en zijn oeroude rituelen, maar vanwege de foor en zijn foorkramers.
Je zou ‘m eerst horen: de nieuwste hits die uit de luidsprekers schalden, het onophoudelijke loeien van de sirenes, het enerverende elektronische biepen. Ging je het huis uit, dan zou je ‘m ook dadelijk weer ruiken: de geur van olie en vet, van hamburgers en hot dogs – en je zou niets liever willen dan de penetrante stank van je af spoelen met véél, met stromend water. Pas een paar straten verder zou je de kermis ook echt zien.
Tot het uiterste gespannen hield je de stadsambtenaren in de gaten, die met een krijtje nummers tekenden op de kasseien. En toen de eerste foorwagens aankwamen en alle beschikbare ruimte inpalmden, bespiedde je ze met een wild kloppend hart, dichtgesnoerde keel, tang rond je maag. Mannen in psychedelisch gekleurde jassen schilderden pal in het midden van de Grote Markt de rails van een roetsjbaan helblauw. Wantrouwig bekeek je de chaos van houten blokken, ijzeren staven, panelen met geschilderde decors. Rusteloos dwaalde je langs hamburgerkraampjes en loterijtenten, langs een Zwevende Inktvis en een Spookpaleis, op zoek naar die ene, antieke, anachronistische Carrousel uit de Hel.  Doodsbang dat je vrouw je zou vragen voor de duur van een enkel ritje van de suikerzoete koekjesdozenromantiek te proeven en jouw Prinses te mogen worden, en jij haar Prins op het Witte Paard. Of erger nog, dat zij je dochtertje zou meenemen voor een ritje op de Eenhoorn, en dat het wichtje nog een ritje meer zou afsmeken, en nog eentje, en nog… Tot ze iets zou gillen dat, als een duivel uit een muziekdoosje, de foorkramer tevoorschijn zou toveren.
De tuigen glommen als spiegels. Je kon jezelf zien in het blinkende metaal: je fronsende voorhoofd, de parelende zweetdruppels, je schichtige ogen.
Bij een Heksendans bleef je treuzelen. Aan twee zijden van wat eigenlijk een draaimolen was verrezen huisjes van peperkoek, waarin later waarschijnlijk de kassa’s gehuisvest zouden worden. Felgeverfde heksen op bezemstelen vlogen rond grote ketel van bordkarton, boven een brandstapel van gloeilampen.
Je probeerde een praatje aan te knopen met de foorkramer van de Heksendans. Nu ja, praatje... in koetjes en kalfjes ben je nooit goed geweest.
‘Is de Carrousel uit de Hel er niet bij?’ informeerde je.
‘Pardon?’
‘Op elke grote kermis kom je ‘m tegen: de Sinksenfoor van Antwerpen, de Foire du Trône van Parijs, de Oktoberfeste van München… Een krakend, rook uitbrakend, roestig onding met zo van die mythische wezens op…’
De kerel schudde nors het hoofd. Geen Carrousel uit de Hel gezien, beweerde hij. Trouwens ook niet op de Sinksenfoor of de andere kermissen die je daar noemde. En hij deed ze toch allemaal.
Je vertrouwde de vent maar half, en je was dus ook maar half gerustgesteld. Maar anderzijds, het kon best wel kloppen, natuurlijk. Dat van de Sinksenfoor en de Foire du Trône en de Oktoberfeste had je verzonnen: die illustere namen had je gevonden op de affiche aan de achterkant van de kassa van de Heksendans. De Carrousel uit de Hel deed zelfs geen gewone dorpskermissen aan, laat staan een toch wel vrij grote foor als die van het Aalsterse Carnaval. Hij moest zijn prooien elders zien te vinden. Hier kon hij alleen maar problemen krijgen.
Dat was de rede die sprak. Maar ik moet je niet vertellen dat de rede het wel eens meer moet afleggen tegen het gevoel, nietwaar? Hoewel de kust perfect veilig leek, bleef je je zorgen maken. Het was sterker dan jezelf. Je had het al sinds die dag in 1973, toen het kermis was in de hel…

Vervolg van het verhaal:
http://sterke-verhalen.blogspot.be/2012/11/legende-van-lovecraft-02-de-carrousel.html

 

15.11.12

De Duivelsput te Affligem is een "Einstein-Rosen Brug"


Op de Facebook-pagina van ene Filip Lovecraft verscheen vandaag deze merkwaardige boodschap:
 
Er bestaan op aarde extreem energetische plaatsen, waar men toegangspoorten kan creëren, of openen, naar andere dimensies. Door deze scheuren in het ruimte-tijd continuüm kunnen boven- en buitenaardse het universum waarin wij leven niet alleen binnendringen, maar er ook uit verdwijnen. Een dergelijk poort naar andere dimensies, gevormd door wat in feite een kromming in het ruimte-tijd continuüm is, kennen we sinds 1935 als een ‘Einstein-Rosen Brug’ of een ‘wormgat’, en wordt tegenwoordig ook wel eens een ‘sterrenpoort’ genoemd. Het is niets anders dan een tunnel tussen verschillende gebieden in het heelal, waardoor data buiten tijd en ruimte kunnen worden doorgegeven. Het fenomeen werd al in 1921 theoretisch ontdekt door de Duitse wiskundige Hermann Weyl, in het kader van zijn onderzoek naar de eigenschappen van het elektromagnetisch veld. Aan deze poorten worden allerlei fantastische eigenschappen toegekend; ze zouden ook het tijdreizen mogelijk maken. Ik vind het merkwaardig dat Patrick Bernauw daar nog niet over geschreven heeft, want hij woont vlakbij een onvervalste Einstein-Rosen Brug. Als Lisa Lomé spoorloos verdwenen is tussen Galgenberg en Duivelsput, is het dààr dat we een verklaring moeten zoeken: http://stadsspelen.blogspot.be/2012/10/van-galgenberg-tot-duivelsput-3.html

29.10.12

Van Galgenberg tot Duivelsput 3: Geluiden uit de Hel


Lisa Lomé verdween spoorloos op 18 oktober 2012, "tussen Galgenberg en Duivelsput", tijdens opnames voor de serie "Urban Legends in Mysterieus België", een samenwerking tussen auteur Patrick Bernauw en de Belgian Paranormal Investigators (zie http://stadsspelen.blogspot.be/2012/10/urban-legends-in-mysterieus-belgie.html).

Later werd de MediaPlayer van Lisa Lomé aangetroffen in de Duivelsput. Hier was een zeer merkwaardige booschap op te horen, over een dwaallicht dat ze zou hebben gevolgd: http://www.bernauw.com/2012/10/van-galgenberg-tot-duivelsput-2-het.html
De MediaPlayer werd vervolgens opnieuw achtergelaten op de plek waar het apparaatje was gevonden, en toen het werd opgehaald, bleek het deze boodschap te bevatten...

26.10.12

MP 3 Moordspel/Stadsspel/Hoorspel: Mysteries van het Duivelsteen, Gent




Wat is er gebeurd met chansonnier Gerard de Duivel, die lang geleden spoorloos verdween? Pleegde hij zelfmoord? Werd hij vermoord? Is er nog wat anders aan de hand? Zijn vriend, de acteur Anton Cogen, stelt zovele jaren na datum een onderzoek in en verzamelt interviews, getuigenissen en covers van de liedjes van de "diabolische" zanger, die destijds - door omstandigheden - nooit op CD werden uitgebracht. Los jij het mysterie op? Dit is de "moorddiner"-versie van het moordspel, die gebracht kan worden in om het even welke locatie. Het enige dat je daarbij nodig hebt is deze MP3... en de oplossing natuurlijk. De MP3 Moordspel Mysteries van het Duivelsteen kan besteld worden via dit emailadres aan 53 euro. Er bestaat ook een stadsspel-versie, te spelen in Gent uiteraard; voor handleiding, draaiboek en meer info: hier!



 

Deze MP3 bevat de volgende items:
1./ Inleiding door Anton Cogen in het kader van een wandeling door het Patershol.
2./ Isabel Danst, het enige liedje van Gerard de Duivel, door de artiest zelf gezongen, dat ooit officieel werd uitgebracht.
3./Anton Cogen interviewt Gilbert Leduc, de manager van Gerard de Duivel.
4./ De Onthoofdingsbrug, cover van een liedje van Gerard de Duivel, door Amaryllis Temmerman.
5./ De Legende van het Duivelsteen: een muzikaal hoorspel, met de stem van Anton Cogen.
6./ Bezeten Blues, cover van een liedje van Gerard de Duivel, door Yves Bonduelle.
7./ Isabel Degraeve legt getuigenis af over haar relatie met de duivelse chansonnier.
8./ De Ballade van Heer Halewijn: de bekende traditional werd bewerkt door Gerard de Duivel en was één van zijn favoriete songs; het lied over de middeleeuwse seriemoordenaar wordt hier vertolkt door Lieve De Schepper.
9./ Yves Bonduelle, één van de leden van de Bende van de Duivel (de naam van de groep van Gerard) legt getuigenis af.
10./ Veuve Noire, cover van een liedje van Gerard de Duivel, door Luc Bogaert.
11./ Motel Droomoord, cover van een liedje van Gerard de Duivel, door Yves Bonduelle.

Draaiboek voor de organisator van het MP3 Moordspel "Mysteries van het Duivelsteen":

1./ Bestel de MP3 met de Oplossing.

2./ Het moordspel laat zich het best organiseren als "moorddiner"; het diner is geen "must", maar maakt het wel stukken gezelliger. Je kan dit spel overal spelen waar je kan beschikken over audio apparatuur: bij jou thuis, in een kroeg, op restaurant,...

3./ Je kan dit moordspel organiseren met individuele spelers ("ieder voor zich") of in teamverband met bijvoorbeeld 3 teams van 2, 3 of 4 spelers. Je mag zoveel exemplaren aanmaken van de MP3 als je dat wil, je mag de file ook op CD zetten, enzovoort. Het is alleen ten strengste verboden de audio files geheel of afzonderlijk te verkopen of in een commerciële context te gebruiken. Hiervoor is toestemming van de rechthebbenden vereist (te verkrijgen via het emailadres) en zal desgevallend een auteursrecht worden afgesproken.

4./ Duid een spelleid(st)er aan die het moordspel organiseert. Hij/zij kan ook meedoen aan het moordspel, zolang hij/zij de Oplossing niet vooraf heeft bekeken. De organisatie zorgt ervoor dat er passende audio apparatuur aanwezig is; meer voorbereiding is niet nodig.

5./ Hoe wordt het spel gespeeld? Beluister allen tegelijk een verklaring, waarna men -- eventueel in team-verband -- gedurende een liedje onderling kan discussiëren. Men kan hierbij ook van de gelegenheid gebruik maken om tegenstrevers, of andere teams, op een dwaalspoor te zetten. Ook kan men het afspelen van de MP3 tijdens een liedje stilleggen, als men denkt meer tijd nodig te hebben, of omdat het eten eraan komt.

(Copyright by: Patrick Bernauw, scenario / Fernand Bernauw, muziek).

24.10.12

Urban Legends in Mysterieus België



 

Urban Legends Investigated

Samen met de Belgian Paranormal Investigators start Mysterieus België met een serie Urban Legends Investigated, waarbij we op mysterieuze, mystieke en mythische plaatsen in België een onderzoek instellen naar mogelijke paranormale activiteit, die met objectieve middelen kan aangetoond worden. Bestaat er met andere woorden een verband tussen tot de verbeelding sprekende historische feiten en/of hardnekkige legenden enerzijds, en het optreden van paranormale fenomenen anderzijds? Urban Legends worden beschouwd als de moderne variant van de aloude sagen en legenden, maar we zullen heus niet alleen in steden actief zijn.

We gaan op zoek naar:

Cold Spots. Een plek in een ruimte waar de temperatuur aanzienlijk verschilt van de temperatuur die elders heerst in dezelfde ruimte. (Een entiteit heeft immers energie nodig om zich te manifesteren, en deze energie wordt uit de omgeving gehaald, zodat de temperatuur daalt. Soms is het temperatuurverschil zo groot dat je adem condenseert.)

Afwijkingen in het EMF of Electro Magnetic Field. Waar elektrische stroom doorheen trekt – weze het een apparaat of een kabel – ontstaat een elektromagnetisch veld. We treffen die ook aan in de buurt van beeldbuizen, GSM’s en draadloze toestellen. Een goede aarding zorgt ervoor dat de straling niet vrij komt. Door een slechte aansluiting, de ouderdom van het toestel of de kabel, inwerkend vocht,… kunnen de velden echter ‘lekken’. Veel zogenaamde ‘paranormale activiteit’, en de daarmee gepaard gaande klachten van fysieke of psychische aard, kunnen hierdoor verklaard worden. Vaak volstaat het de elektriciteitsleidingen of oude verdeelboxen te vernieuwen, om de klachten weg te nemen. Volgens een bepaalde theorie zou een geestelijke entiteit evenwel ook in staat zijn om een magnetisch veld te creëren, of reeds aanwezige energie gebruiken, waardoor een spanningsveld ontstaat. Een andere theorie zegt dat geestelijke entiteiten magnetisch geladen zijn, waardoor ze afwijkingen in het magnetisch veld veroorzaken. Op plaatsen waar onverklaarbare EMF-waarden worden vastgesteld, is er bijgevolg sprake van ‘paranormale activiteit’. Voor het detecteren van deze EMF-waarden worden EMF-meters gebruikt, doorgaans in combinatie met een K-2 meter. Hiermee probeert de paranormaal onderzoeker contact te leggen met de entiteit, door gerichte ja/nee vragen te stellen.

EVP’s of Electronic Voice Phenomena. Stemmen of geluiden die niet waarneembaar zijn door het menselijk oor, maar wel worden waargenomen op een opname met een digitale of analoge recorder. Bij een EVP-sessie worden allerlei vragen gesteld waarbij achteraf antwoorden of geluiden blijken opgenomen te zijn, die op het moment zelf niet hoorbaar waren. 

Een eerste expeditie vond plaats op 18 oktober 2012, met Patrick Bernauw en zijn cursisten Literaire Creatie, die naar Manifestaties van het Paranormale gingen speuren tussen Galgenberg en Duivelsput, in Affligem:

 


 

Onderneem jij ook graag een paranormale expeditie, neem dan contact op met info@inter-actief.be

 

 

 

 

17.10.12

Audio documentaire Belgische Ufo-golf 90'


Op deze link is een interessant luisterspel - of noem het een audio documentaire - terug te vinden, over de Belgische UFO-golf van 1990, gemaakt door Nick Bogaerts en Delfien Raymakers:
Luisterspel Belgische Ufo-golf 90' (Nick Bogaerts & Delfien Raymakers)

In het Nederlands zouden we een UFO overigens ook een OVO kunnen noemen (Ongeïdentificeerd Vliegend Object), en afgelopen zomer was er zo één te zien boven de fabrieksterreinen van Schotte, in Aalst. De foto is van Marc Boms.

8.10.12

Affligem: Het Wondervogeltje



Vuur, sta stil!


 
Volgens sommigen zou de Kluiskapel van Affligem een restant zijn van de 'eerste Affligem abdij', gesticht door Sint-Ursmarus, die in het begin van de achtste eeuw in onze streken het evangelie verkondigde. Bij een machtige oude eik en een bron bouwde hij een kluis.  Anderen situeren de stichting van de Kluiskapel op de Boekhoutberg. Bos en kapel waren hoe dan ook al in het bezit van de abdij van Affligem, toen die een tweede keer, en nu officieel, gesticht werd in de elfde eeuw. Waarschijnlijk werd de kapel gebouwd voor monniken die zich tijdens het vesten wilden terugtrekken als kluizenaars. In 1758 werd de kapel vernieuwd; wat er nu nog staat, is het koor van dat gebouw. In de tweede helft van de 20ste eeuw, toen de kapel totaal vervallen was, werd ze gerestaureerd door de “Vrienden van de Kluis”, en door de Vlaamse Toeristenbond voorzien van twee prachtige glasramen, van Frits en Monica Kieckens, die een paar straffe abdijlegenden uitbeelden.

Op het glasraam aan onze rechterkant zien we de monnik Radulfus met opgeheven armen voor de brandende abdijkerk staan. Deze 12de eeuwse monnik had al 16 jaar niet meer gesproken, men noemde hem dan ook de Zwijger. Maar voor een brand in de abdijbrouwerij wilde hij nog wel eens wat zeggen. "Vuur, sta stil!' bijvoorbeeld - waarmee de brand prompt werd gedoofd. Radulfus werd begraven in de Kluiskapel en er zouden heel wat mirakelen op zijn graf gebeurd zijn.



Duizend jaren zijn in Uw ogen als de dag van gisteren...

 
Op het tweede glasraam zit een monnik geknield naar de hemel te staren. Achter hem zien we een boom met een vogeltje. Ooit zou een monnik namelijk door het Kluisbos gewandeld hebben, mediterend over het psalmvers: 'Want duizend jaren zijn in Uw ogen als de dag van gisteren, als hij voorbijgegaan is.' - En plotseling hoorde de monnik toen een vogel zo lieflijk zingen, dat hij er alles en iedereen bij vergat. Toen hij naar het klooster terugkeerde, herkende hij niemand meer, en werd hij door niemand herkend... want hij was honderd jaar afwezig geweest.

De magisch-realistische legende van het Wondervogeltje herinnert onwillekeurig aan Rip van Winkle, een kort verhaal van de Amerikaanse auteur Washington Irving, dat zich afspeelt voor en na de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog. De vriendelijke Rip van Winkle is van Nederlandse komaf. Hij leeft vreedzaam in de Catskill heuvels, waar hij geliefd is door iedereen, behalve zijn vrouw (omdat hij haar én zijn boederij nogal verwaarloost).  Om van haar gezeur af te zijn, loopt hij op een dag de heuvels in, waar hij na een ontmoeting met een vreemde geklede man die beweert de geest te zijn van een man die bijna twee eeuwen eerder leefde. Ze spelen een spel en drinken nogal wat alcohol, waarna Rip in de schaduw van een boom in slaap valt... en twintig jaar later ontwaakt.  Zijn vrouw is overleden, zijn vrienden hebben het dorp verlaten, er blijkt een revolutie plaatsgevonden te hebben en George Washington is nu president van een onafhankelijke staat.

Ik heb zelf nog een (korte) versie van de Legende van het Wondervogeltje gepubliceerd in de reeks Fantastisch Vlaanderen van A tot Z, die destijds verscheen in de Vlaamse Filmpjes. Maar op de site van Toerisme Affligem vertelt Ben Vermoesen een paar nog vollediger varianten na, onder de titel De monnik en het eeuwigheidsvogeltje.


 

De monnik en het eeuwigheidsvogeltje


De Vlaamse volksschrijver Jef Scheirs (Oudegem, 1885 - St. Agatha-Berchem,1960), bekend van onder meer De filosoof van Haegem, was afkomstig uit de streek en laat zijn versie van het verhaal beginnen in 1089, in een oud klooster op de Boekhoutberg. Broeder Hildebrand kan het wonder van de eeuwigheid maar niet vatten, en smeekt God hem dan toch 'een klein beetje eeuwigheid' te laten voelen. Meteen begint er 'een blinkend vogelken almachtig schoon' te zingen.  Wanneer het vogeltje weg vliegt, beseft Hildebrand dat hij zich moet haasten als hij nog op tijd in de kerk wil zijn. Maar in plaats van een klooster, vindt hij alleen nog een ruïne. Een eind verder ontdekt hij een ander klooster, maar daar herkent hij niets of niemand. Broeder portier denkt dat hij zwakzinnig is en brengt hem bij abt Fulgentius, aan wie Hildebrand uitlegt wat er is gebeurd. En bij vader abt gaat er een licht op: in zeer oude manuscript heeft hij inderdaad ooit gelezen over een broeder Hildebrand, die verdween op 2 november 850, de dag dat het klooster door de Noormannen in puin werd gelegd...
 
Een oudere versie verscheen in Gazet van Assche van zondag 16 en zondag 23 december 1906 en werd geschreven door 'een volksjongen van Meldert'. Deze keer heet de monnik Felix en begint het verhaal in 788. Op een keer stuurt de stichter van Affligem, de later heilig verklaarde Ursmarus, bij wijze van beproeving de arme pater Felix het holst van een winternacht in, om hout te hakken. Terwijl pater Felix aan het werk is, hoort hij opeens het 'zoete gezang' van een vogeltje. Betoverd door het vogeltje, volgt de monnik het dieper en dieper het bos in:

En weet wel, beste lezer, gij hebt misschien van uw ouders horen zeggen toen ter tijde was het hier bos van Asse tot Aalst, van Dendermonde tot Ninove, dus geen wonder dat daar iemand verdolen kon en dat hij onvindbaar was. Zo was het gegaan met de monnik-houtkapper, hij was in het bos verdoold en alle opzoekingen bleven vruchteloos. Doch God wilde een wonder in zijnen dienaar uitwerken, hem tonen dat het zalige genot der eeuwigheid niet kan vervelen en dat de tijd van duizend jaren waarlijk een nietigheid is, als men dien bij de eeuwigheid vergelijkt. Driehonderd jaar was de kloosterling in verrukking en als hij tot bezinnens kwam, bemerkte hij dat de zon reeds hoog geklommen was en dat het moest laat worden. Spoedig, en zonder iets verricht te hebben, wil hij naar het klooster; maar, o wonder, hij bekent zich in niets meer: de bomen die moesten dor en naakt staan, praalden nu in verrukkelijke weelde, vol bloem en lover, de vogelen zongen dat het een plezier was, in een woord, ’t was volle lente, en toch meende de kloosterling dat hij zich maar een uurken vergeten had en wilde beschaamd weg aan zijnen abt verschoning vragen omdat hij niets gedaan had en misschien nog in de kloostermis ging te laat komen. Maar neen, er is geen inkomen, hij bekent zich in niets en zoekt en blijft zoeken. Droomt hij of is hij zinneloos geworden? Hij betast zijn eigen zelven om tot de overtuiging te komen dat hij het toch is. Ja, er is geen twijfel, hij is het in persoon, hij zelf. Waar is hij? Hij weet het niet! Hij sukkelt voort, baant een weg door bramen en varing en gaat altijd maar voort met de overtuiging dat hij toch ergens uitkomen moet.

Na een hele tocht bereikt de monnik eindelijk een stad, en ziet hij daar een kerk. Hij klopt aan, en de zware poort gaat open. Een broeder, met sleutels beladen, doet hem teken binnen te komen en vraagt hem wie hij melden mag. In de spreekkamer van abt Fulgentius speelt zich vervolgens deze dialoog af:

'Hoogweerde ik ben verdoold, ‘k ken weet niet waar ik ben, of zelfs niet vanwaar ik kom.'
'Maar gij zijt pater van Affligem?'
'Gelijk gij zegt, Hoogweerde.'
'En wie is uw overste?'
'Fulcard, abt van Lobbes. Voor hem deed ik mijn professie in 780, en onder hem werd ik ook priester gewijd. Hij komt maar zelden naar Affligem en hij is ook van zin de weinige monniken die in Affligem verblijven, weder naar Lobbes te roepen.'
De abt biedt een stoel aan den wonderen monnik en verzoekt hem te gaan zitten.Hij verlaat de spreekplaats om oorkonden van Affligems eerste stichting te raadplegen. Daar op de zevende bladzijde is er waarlijk spraak van pater Felix, die den 2 december 788, na de nachtgetijden, naar het bos was gegaan om hout te kappen en nooit teruggekeerd was. (...)
De Eerbiedweerdige Abt kan zich niet meer weerhouden. Hij neemt de monnik in zijn armen, geeft hem de broederkus en verklaart hem dat hij in Affligem is en hem aanneemt als zijn zoon. (...)
'Mijn zoon,' zo spreekt de abt ten slotte, 'gij zijt drij volle eeuwen van uw klooster afwezig geweest – driehonderd jaren – en die tijd is voor u vervlogen als een niet; gij ziet dus dat de tijd, bij de eeuwigheid vergeleken volstrekt niets is...'

5.10.12

Affligem: Van Galgenberg tot Duivelsput


De vervloekte Duivelsputten
 

De Duivelsputten, gelegen op de grens van Erembodegem en Affligem (en van het vroegere graafschap Vlaanderen en het hertogdom Brabant) zijn in feite niets anders dan eeuwenoude  zandsteengroeven, die een mooie witte steen opleverden waarmee onder meer 'heilige' bouwwerken als de eerste abdij van Affligem of de Sint-Martinuskerk van Aalst werden opgetrokken. De zandsteengroeven trokken steenkappers, beeldhouwers en werklui aan, tot zelfs uit Wallonië en Picardië, voor de ontginning en het vervoer van de zandsteen. Op die manier kunnen ook heel wat  Romaanse toponiemen uit de streek verklaard worden, zoals Mattein, Mazits of Montil. In het midden van de 18de eeuw waren de groeven uitgeput, maar de Duivelsputten en de hele Boekhoutberg getuigen nog steeds van de bedrijvigheid van weleer.

Hun naam hadden de Duivelsputten te danken aan de lijken van de misdadigers, die op het nabije Galgenveld werden opgeknoopt, en gedumpt op de Galgenberg, bij de Molenhoeve die paalt aan het Domein Verbrugghen. Er is steeds minder van de vervallen graanwindmolen uit 1827 te zien, die ook wel eens de Zwarte Molen wordt genoemd. Maar als het een beetje waait, kraken en kreunen de bomen nog altijd als weleer.  Er bestaan ook andere versies die de herkomst van de naam verklaren:  omdat de zandsteen die daar werd gewonnen, vooral diende om kerken en abdijen mee te bouwen, werd de Duivel jaloers... en trok hij al eens een arbeider in de put. Bijvoorbeeld. Hoe dan ook zwerven de geesten van de terechtgestelde misdadigers nog steeds rond in de streek - huilend, kermend en weeklagend. Boven het moeras van de Duivelsputten waren 's nachts  trouwens ook dansende dwaallichtjes te zien.

Het Galgenaas

Wie "galgenveld" zegt, zegt ook "galgenaas". Maar waar komt dat woord vandaan... en wat is een "galgenaas" eigenlijk? Het wordt verteld in een verhaal... en een lied.
 



GALGENAAS

Zijn tong is zo rood
en paars is zijn vel,
hij is één duim groot
en komt recht uit de hel.
Zie zijn oogjes, ze blinken zo hevig
O en uit zijn bekje, ja daar stinkt hij heel stevig!

Het Galgenaas is op zoek naar een baas...  
        
Hij werd geboren
op een galgenveld,
ben jij uitverkoren
door deze duistere held,
geef hem dan gauw een brok wit brood
of anders dan val je hier ter plekke morsdood!

Het Galgenaas is op zoek naar een baas...

Hij spoort ze op,
verborgen schatten,
en met je stomme kop
legt hij je in de watten,
maar dan moet je hem voeden, iedere dag met je bloed
of anders dan gaat er helemaal nikske nog goed!

Het Galgenaas is op zoek naar een baas...
En ben jij een dwaas, dan vond hij die baas...






Het Spook met het Rood Mutsken

Misschien is het vanwege de nabijheid van de Duivelsputten, dat in de streek van Affligem zo veel griezelige sagen en legenden worden verteld. Zo kent men bijvoorbeeld het verhaal van de hoeve die 't Hoeksken werd genoemd, en die nog tot diep in de twintigste eeuw bezocht kon worden. Hier woonde indertijd een brave boer die, toen hij met problemen kreeg af te rekenen, beloofde dat hij zoveel zakken graan zou geven aan de armen als een zak graankorrels bevatte, op voorwaarde dat hij zijn moeilijkheden het hoofd zou bieden. Hij stierf voordat hij zijn schuld had kunnen delgen, maar verscheen daarop aan zijn kinderen en verklaarde dat hij het Rijk der Hemelen niet kon betreden vooraleer deze kwestie van de baan was. Ook de kinderen konden zijn belofte echter niet vervullen, en daarop werden ze achtervolgd door de akelige schim van de dode, die zelfs overging tot het uiten van allerlei bedreigingen. Telkens het spook verscheen, lantaarn in de hand, droeg het overigens een grote rode slaapmuts, vandaar dat hij al gauw bekend werd als Rood Mutsken. 

Uiteindelijk riepen de kinderen de hulp in van de paters van Affligem, en slaagden zij erin de kwelgeest te bezweren voor een periode van 99 jaar. Ondertussen is de laatste periode van 99 jaar alweer verstreken, en werd ook de hoeve afgebroken, maar naar verluidt is het Spook met het Rood Mutsken weer op de dool, en vraagt het aan iedereen die op zijn pad verschijnt zoveel zakken graan te geven aan de armen als een zak graankorrels bevat. Naar verluidt zou de lantaarn in de hand van het Rood Mutsken één van de vele dwaallichten zijn die bij de Duivelsputten worden waargenomen. Wie zo een dwaallicht ziet, doet er beter aan dit niet te volgen, want hij of zij zou voor eeuwig kunnen verdwalen in het rijk aan gene zijde...


Een weerkerende geest
 
Een jonge vrouw uit Hekelgem stierf in het kraambed. De volgende dag hoorde de bedroefde echtgenoot zijn pasgeboren kindje wenen, dat in de kamer naast de zijne lag. En ineens leek het ook of hij een zachte stem hoorde, net of iemand het wichtje in slaap probeerde te wiegen. De vader sprong op, keek door het sleutelgat en zag tot zijn grote verbazing zijn overleden vrouw zitten, met haar kindje op schoot. Ze overlaadde het met liefkozingen en gaf het de borst. Toen het kindje weer ingeslapen was, legde ze het voorzichtig weer in het wiegje... en loste op in het niets.

Zes weken lang heeft de dode moeder haar kindje zo de noodzakelijkste zorgen toegediend.


Kledden
Elders kent men deze kwelgeest als Kludde, maar nergens schijnt hij vaker actief te zijn geweest dan in de nabijheid van de Duivelsputten en de Galgenberg. In de ruïnes van de oude abdij van Affligem zou het monster - een soort demon uit de hel - ooit aan een lange ketting gelegen hebben. Maar toen slaagde de kwelgeest erin te ontsnappen, om het vooral 's avonds en 's nachts eenzame wandelaars of reizigers behoorlijk lastig te maken. Dan springt Kledden je bijvoorbeeld op de rug en moet je hem dragen, zo ver en zo lang hij dat wil. Hoe hard je ook springt, Kledden zal rustig blijven zitten en zijn greep pas lossen wanneer de ochtend in de lucht komt. 

Kenners weten dat Kledden geen kerkhof kan betreden (waarschijnlijk omdat de grond daar al te zeer gewijd is). De kwelgeest blijft echter geduldig wachten tot een of andere sukkel het kerkhof verlaat, om zijn pesterijen bot te vieren. Specialisten terzake zullen je ook weten te vertellen dat Kledden verschillende gedaantes kan aannemen: die van een wezel, een wolf, een wit konijntje, een lief poesje, zelfs vermomt hij zich al eens als een boom. 

Net als Lange Wapper in Antwerpen, plaagt Kledden bij voorkeur nachtbrakers en drinkebroers.


Affligem kent ook een waar gebeurd verhaal dat een veeleer sprookjesachtig karakter heeft, maar dat vertellen we een volgende keer...