Mysterieus België

Van A tot Z: Sagen, mythen, legenden, sterke verhalen, geheimzinnige geschiedenissen, historische mysteries, feiten en fictie van Aalst tot Zwevezele, van Arlon tot Wéris! Wij organiseren voor u een stadsspel, GPS-spel, stadswandeling, detectivespel, fotozoektocht in Mysterieus België met 1 spelleider, met diverse performers, of in een doe-het-zelf pakket, in het Nederlands, Frans of Engels! Vraag hier vrijblijvend een offerte aan!

27.3.13

Mazenzele: Een Klokkeput met de schatten van Affligem?



De illustratie van Marc Borms is afkomstig uit het GPS-Spel Van Galgenberg tot Duivelsput, waarin onder meer een onderzoek wordt ingesteld naar een spookachtige klokkeput...
Zie ook:






Volgens een mondelinge overlevering zouden ‘de schatten van Affligem’ voor de komst van de Franse revolutionairen ergens in de grond verstopt zijn. Het zou onder meer gaan om de klokken van de grote middeleeuwse kerk, waarvan er nu nog een ruïne in de tuin van het klooster staat, gouden en zilveren engelen, kelken en kruisen – dit alles uiteraard met schitterende edelstenen bezet. Nu zijn er wel over meer plaatsen sagen en legenden bekend over klokken die ‘in de Franse tijd’ in de grond zinken of worden begraven, en zich vanuit hun klokkenput nog steeds laten horen. De Franse revolutionairen wilden de klokken uit de kerktorens nu eenmaal omsmeden tot kanonnen. Maar de streek van Affligem is wel bijzonder rijk gezegend met dit soort van vertellingen.
Zo kwamen op een natte en mistige oktoberdag enkele Franse soldaten met een platte wagen de Parijsstraat in gereden, en takelden zij de grote en de kleine klok van Meldert uit de kerktoren. De avond was reeds gevallen toen de klokken eindelijk op de wagen waren geladen, en de soldaten besloten de nacht door te brengen in een herberg. Een nachtelijke tocht door het lugubere Kravaalbos zagen ze niet echt zitten; sprak men hier trouwens niet met gedempte stem over een Hellegat en een Duivelsput?
Nu was het precies dit waarvoor de pastoor en enkele getrouwen vurig hadden, want het gaf hen de gelegenheid wagen en klokken te stelen en in het Kravaalbos begraven. Voerman Tist van Gielen Lappers, die een stel stoere Brabantse trekpaarden bezat, zou de klus wel eens gauw klaren. Mieken van ’n Toep – zij stond altijd heet en gereed – was graag bereid haar lijf en leden ook eens voor de goede zaak in te zetten en de Fransen stomdronken te voeren.
Tist en zijn kompanen deden zakken om de wielen om het lawaai te dempen. Met grote stielkennis haakte Tist zijn driespan in de plaats van de andere paarden, en op zijn gedempt bevel zetten ze zich in beweging richting Kravaal.
‘Hou!’ riep Tist aan de rand van het bos, op het grondgebied van Mazenzele, waar het stevig bergop ging.
De paarden bleven staan en Tist nam de zakken van de wielen, waarna de kettingen, leidsels en garelen controleerde, met zijn knoestige hand op de flank klopte.
‘Ju!’ riep hij toen.
Maar de weg werd nog steiler, en drassiger ook. En Tist moest ‘op zijn sjiek bijten’ om niet hard te gaan vloeken in het bijzijn van de pastoor. Bijna boven gekomen, kwam de wagen vast  te zitten en vielen de paarden op hun knieën. Tist en de dorpelingen en zelfs meneer pastoor duwden aan de wagen, maar die zakte steeds dieper weg in de modder.
Toen kon Tist het niet meer houden. Hij loste een donderende vloek in het zwart van het bos, waarop Zander en de andere paarden geschrokken recht sprongen en hun paardenziel uit hun lijf trokken… zodat kettingen en leidsels het begaven en de wagen met klokken en al achteruit bolde… tot in het moeras, waar hij in geen tijd naar de diepte zonk.
‘Nu nog,’ fluistert men hier, ‘kan je op Kerstnacht, zo rond het uur van middernacht, de klokken in de donkere diepten horen luiden.’
Er zijn er zelfs die beweren dat ze een spookachtige stem begeleiden, die een treiterig refreintje zingt, op wat het mechanisch muziekje van een klokkenspel lijk – of een roestige muziekdoos: ‘Wie met klokken schiet, wint de oorlog niet!’
Maar het vers zou ook als volgt kunnen luiden:

Ik kom van onder de aarde,
Necropolis à Belle
Ik kom van onder de aarde,
Necropolis à Lomé –
Ga mee! 

Dit ‘Klokkeputteke’ bevindt zich nu op het grondgebied van Mazenzele. In Liedekerke kent men ook een Klokkeput, die ieder jaar tijdens de Kerstnacht en stipt om twaalf uur van zich laat horen:

Ik kom van onder de aarde,
Necropolis à Belle
Ik kom van onder de aarde,
Necropolis à Lomé –
Ga mee! 

Hiervoor is de klok van het karmelietenklooster van Onze-Lieve-Vrouw Ter Muylen verantwoordelijk, dat tijdens de Franse Revolutie geheel werd verwoest. Maar de kloosterlingen slaagden er samen met een hanvol boeren in alle voorwerpen van enige waarde te redden. In het Liedekerkebos zouden de Franse soldaten hen evenwel zo dicht op de hielen gezeten hebben, dat ze zich gedwongen zagen de zwaarste klok achter te laten om te voet verder te vluchten. Toen de Fransen de klok op hun kar wilden laden, zonk zij in de grond, en hoe dieper de soldaten groeven om ze weer boven te halen, hoe dieper ze zonk.
Sommigen beweren dat de schatten van Affligem begraven werden in een weide aan de Aalsterse Dreef, beneden aan een helling, op het grondgebied van Moorsel. Een wichelroedeloper deed ooit een poging om dit geverifieerd te krijgen, en hij slaagde erin een plaats aan te duiden waar een grote hoeveelheid brons in de grond moest zitten. Ongetwijfeld waren dit de kloosterklokken. Toen abt-generaal Etcheverry kort na zijn verkiezing in 1928 een bezoek bracht aan de abdij van Affligem en het verhaal te horen kreeg, spoorde hij de jonge monniken aan de klokken weer uit de grond te halen…  ‘en wie weet wat nog allemaal’.
Toen waren de monniken alweer teruggekeerd naar Affligem. Het had nog geduurd tot 1869 voordat enkele paters vanuit Dendermonde zich opnieuw in Affligem kwamen vestigen. Samen met de bewoners van het Kasteel van Boechout, waren de paters van Affligem weer aanweziger dan ooit in het domein van de Duivelsput. Ze slaagden er ook in de abdij nieuw leven in te blazen, voornamelijk dan binnen het statige Bisschoppenhuis. Tussen 1920 en 1970 werden een nieuwe vleugel en een nieuwe abdijkerk gebouwd, waardoor het naaldfijne torentje verdween dat een eeuw lang zo karakteristiek was geweest voor het klooster.

Geen opmerkingen: