Mysterieus België

Van A tot Z: Sagen, mythen, legenden, sterke verhalen, geheimzinnige geschiedenissen, historische mysteries, feiten en fictie van Aalst tot Zwevezele, van Arlon tot Wéris! Wij organiseren voor u een stadsspel, GPS-spel, stadswandeling, detectivespel, fotozoektocht in Mysterieus België met 1 spelleider, met diverse performers, of in een doe-het-zelf pakket, in het Nederlands, Frans of Engels! Vraag hier vrijblijvend een offerte aan!

26.9.13

Walter De Donder vertelt een verhaal over de Hopduvel


Dat gitzwarte boek zat hier ergens gewoon in de brievenbus.
Het had blanco bladzijden, op de eerste na. Daar stond dit geschreven:
Woensdag om 14.00 uur bij het Boshol als je durft.
                                               Jan De Lichte
Het Boshol was ongeveer anderhalve meter breed en bijna drie meter lang. Je kon er niet rechtop in staan, maar als rovershol was het best bruikbaar. In tijden van oorlog vormde het een prima verkenningspost. Maar de bendenoorlogen lagen al lang achter de rug, de wapenstilstand was bezegeld met een reuzenbarbecue, en het Bosbol had een groot stuk van zijn aantrekkingskracht verloren… ook al omdat ze steeds groter werden. Omdat ze groeiden, snap je? Het was geen pretje voortdurend op je hurken te moeten zitten in zo’n krap Boshol!
Dimitri vond het vreemd van Jan De Lichte, dat hij een vergadering belegde in het Boshol. Comfortabel was het er niet. De vloer bestond uit vieze harde planken, de wanden waren gestut en die stutten beperkten je bewegingsruimte nog eens extra. En overal hingen spinnenwebben… en dikke vette spinnen rond.
Bij het Boshol was Jan De Lichte in geen velden of wegen te bespeuren. Was dit soms een bar flauwe grap? Nu hij zo ver gekomen was, wilde Dimitri niet zomaar terugkeren. Hij had het boek meegebracht, er stond nog iets op de laatste pagina geschreven…
Y’ai!
Ng’ngah Yog-Sothoth!
H’ee-l’ greb f’ai’ throdog!
u aah!
Ogthrod ai’f geb’lee’h Cthulhu!
‘n Gah’ng ai’Y Zhro!... Hopduvel!

En toen zag Dimitri… Hét!
Eerst wilde hij zijn eigen ogen niet geloven. Daarna voelde hij een bijna onweerstaanbare drang om het op een lopen te zetten. De gedachte aan Jan De Lichte, die hem dan misschien als de eerste de beste bange wezel door de velden zou zien spurten, schonk hem zijn koelbloedigheid terug. Ten slotte werd hij ook… ààngetrokken door wat zich daar in de klamme aarde van het Boshol bevond.
Een ontwortelde boom was voor het Boshol gevallen, en waar hij ooit in de grond verdween, zat nu een breed, diep, gekarteld gat. En in die krater… Eerst hield hij het voor een stuk speelgoed, een pop of zo…
Maar toen hij dichterbij kwam, stokte de adem hem in de keel. De wortels van de omvallende boom hadden de aarde doen openscheuren en in een van die brede kloven was heel duidelijk… een hoofd te zien! Nu ja, geen hoofd met vlees eraan en haar erop natuurlijk, maar een mat glanzende doodskop bekroond met een krans van bruin verkleurde, rottende hoppebellen!…


Plotseling stak de wind met onverwachte kracht op. Een grote zwarte vogel vloog krassend op uit een boomkruin, woest klepperend met zijn geweldige vleugels. En de kruinen van de bomen begonnen te wiegen in een sinistere dansen, krakend met hun takken, ritselend met hun struikgewas. En uit de aarde werkte zich het skelet van de Hopduvel omhoog, een levende dode gekleed in hopperanken, die zich traag oprichtte, alsof zijn beenderige ledematen aan touwtjes hingen, waaraan door een onzichtbare poppenspeler getrokken werd. 
De Hopduvel zou Dimitri zijn donkere krater in trekken als de jongen het niet meteen op een lopen zette. Hij strekte zijn klauwen al naar hem uit! En dus ging Dimitri er als een pijl uit een boog vandoor. Hij rende en rende – takken striemden zijn gezicht, en hij zou gezworen hebben dat het met opzet gebeurde, dat de Hopduvel ermee zwaaide als waren het evenzovele zwepen… En dan die zuigende geluiden in de drassige grond… Kwamen ze dichterbij?
De jongen was geheel buiten zinnen toen hij eindelijk de bewoonde wereld bereikte. ‘De Hopduvel!’ brabbelde hij. ‘Help mij asjeblief! De Hopduvel zit achter me aan!’

Maar op velden en wegen viel geen duvel meer te bekennen… Er werd alleen een merkwaardig, slijkerig spoor van halfvergane hoppebellen en ranken aangetroffen, tussen een ontwortelde boom en die huizen daar, waar Dimitri werd gevonden…

 

Je kunt de fotoroute (PDF) en de MP3's met alle verhalen van de "klankwandeling" In het Spoor van de Hopduvel hier gratis downloaden:



Het boek In het Spoor van de Hopduvel vind je hier:


14.9.13

Vielsalm: De Schat van de Doyards


In de 16de eeuw, tijdens de Godsdienstoorlogen, beroofden de Hugenoten nogal wat kerken, om ze daarna in brand te steken. Een houthakker in Bovigny raadde iedereen aan geldkoffers, juwelen, goud en andere kostbaarheden samen met de kerkschatten en de kerkklokken te begraven, op een bepaalde plek bij het Meer van de Doyards, die slechts een paar onder hen zouden kennen. De precieze bergplaats van hun schat legden ze vast in een rebus.
Groot was de woede van de rovers toen ze niets meer van waarde aantroffen: ze vielen de dorpelingen aan, en staken het dorp in brand. Toen alles weer rustig was geworden, stichtten de overlevenden een eind verderop het nieuwe Bovigny. Onder hen bevond zich niemand die de bergplaats van de schat kende, en tot nu toe is niemand er ook in geslaagd de rebus te ontraadselen…

Slaag jij erin? Ooit ging een helderziende in trance en sprak hij een merkwaardige boodschap uit, die je kunt beluisteren op de MP3. Misschien kan het ook geen kwaad je eraan te herinneren dat Céres de godin van de vruchtbaarheid is (en van het graan), Eolus de god van de wind, en Neptunus de god van de zee (en het water). Vertel mij waar de Schat van de Doyards werd verborgen en je ontvangt FRAGMENT III VAN DE FORMULE.

Speel het gezelschapsspel "Mysteries van de Macralle / De Driehoek van de Macralle" met ebook en/of MP3:



Men zegt dat een schat, als zij aan de aarde werd toevertrouwd en niet door de eigenaar opgehaald, eigendom wordt van de Duivel. Ooit zouden hebzuchtige boeren de bergplaats van de Schat van de Doyards gevonden hebben… om vervolgens te moeten vaststellen dat Satan er de wacht had opgetrokken.
Een pastoor uit Bovigny dacht dat het mogelijk moest zijn Satan te verjagen met een geslaagde  duiveluitbanning. Hij nam twee kerels en in dienst en zei: ‘Bereid je erop voor om verschrikkelijke dingen te zien en te horen, die niet van deze aarde zijn… Maar weet dat jullie geen gevaar lopen, op voorwaarde dat jullie gedurende de hele operatie geen woord zullen spreken!’
Om middernacht stonden de pastoors en zijn helpers aan de oever van het meer. Zodra de pastoor de eerste woorden van zijn bezweringsformule had gesproken, stak er echter een storm op en bulderde de wind door de bomen. In de lucht leken kettingen te kletteren en werd ook het geluid van een hels vuur hoorbaar.
De twee helpers waren doodsbang, maar ze verroerden zich niet en spraken geen woord.
Toen verscheen daar, te midden van de vlammen, een creatuur dat wel iets weg had van een zwarte stier, met lange scherpe horens en een naar zwavel stinkende adem. En het volgende moment leek het of ook de schat boven water kwam borrelen. Eén van de helpers kon zijn vreugde niet meer bedwingen en riep: ‘We hebben ze!’ – Maar zie, daar schoot al een bliksem door de lucht, en met een donderend geluid veegde een wervelwind de drie mannen op en smakte ze een heel eind verder neer, bewusteloos.

Toen ze ontwaakten, scheen de zon en was van de schat geen spoor meer te bekennen. Satan was nog maar eens de sterkste gebleken…


3.9.13

Affligem: De Hopduvel ontduveld

Hopdag 7 september, met vertelwandeling In het spoor van de Hopduvel,



D’r woonde hier eens een meiske en die was ‘s nachts bevallen, en de volgende morgend kwam er een oud kwezelke langs, geheel in ‘t zwart gekleed, maar met sneeuwwitte haren… en die had een dik zwart boek onder de arm, met alleen maar witte onbeschreven bladzijden in.
‘Kijk,’ zei het kwezelke, ‘in dit boek kunt ge het levensverhaal van uw kindeke schrijven. Maak er maar een lang en schoon verhaal van!’ – En ze legde het aan de wieg van dat kindeke.
In die tijd waren er nog echte heksen in Affligem – op 31 oktober, Allerheiligenavond, kwamen die altijd samen op de Galgenberg, bij de Duivelsput, om daar met Satan in hun midden de Sabbat te  vieren. En als zo een heks iemand kwaad wilde doen, dan liet ze bij die mens iets achter: een zwarte paraplu, of een dik zwart boek met onbeschreven bladzijden.
Maar toen de moeder het boek open deed, zag ze dat er die nacht toch iets in geschreven was… Nochtans was zij geheel alleen samen met haar borelingkske in die kamer geweest, en met niemand anders in de geburen… aangezien de vader van het kind haar laten zitten had.
Het arme meiske kon niet lezen, maar ze hoorde het haar kindje kraaien…


Y’ai!
Ng’ngah Yog-Sothoth!
H’ee-l’ greb f’ai’ throdog!
u aah!
Ogthrod ai’f geb’lee’h Cthulhu!
‘n Gah’ng ai’Y Zhro!... Hopduvel!

Altijd weer diezelfde vreemde woorden… Y’ai!
En het meiske begreep maar al te goed dat het de Hopduvel was die in haar borelingske was gevaren.
‘Zo ik van u was,’ zei de dokter, ‘ik zou toch een keer naar Affligem gaan. Ik versta er mij niet van en het kan geen kwaad! Ga een keer bij de paters langs, neem dat boek mee, en ook iets dat uw kindeke op zich heeft gehad… een slaapkleed of eender wat… of een doek!’
Allez, een week later of zo decideren ze zich om ‘s anderendaags naar Affligem te gaan: dat meiske en haar broer. Maar ze hadden precies moeite om daar te geraken – nu eens kreeg den ene het op zijn asem, dan weer de andere… En zo erg dat ze er moesten bij gaan zitten hé!
En ondertussen kraaide dat kindeke maar al die vreemde woorden…
Van Yog-Sothoth en Cthulhu, Y’ai!
En altijd was er alleen maar dat ene woord dat ze verstonden: ‘Hopduvel!’
‘t Was al ver in de achternoen voordat ze bij de paters geraakten met dat kindeke in zijn witte doek… En toen hebben de paters die witte doek over dat zwarte boek gelegd en zijn ze gaan lezen en lezen… En zingen deden ze ook!… En ondertussen kraaide dat kindeke maar van Yog-Sothoth en Cthulhu, Y’ai!...
Maar ineens… zie!... begon die doek me daar toch wel te stinken en te roken, zeker? En in de sneeuwwitte stof tekenden zich almeteens pekzwarte letters af… Y’ai! Ng’ngah!...
En de bladzijden van dat zwarte boek waren weer zo wit en onbeschreven…
En dat kindeke zweeg, en het heeft daarna nooit meer vreemde woorden gekraaid.
En de doek waarin zich de toverwoorden van de Hopduvel hadden gebrand, is in het klooster van Affligem gebleven. Maar het zwarte boek met de witte bladzijden heeft het meiske voor haar kindeke meegenomen, en het heeft er een lang en schoon levensverhaal in geschreven.
Y’ai!



Meer van deze verhalen:





Gratis downloads "klankwandeling" In het spoor van de Hopduvel: