Mysterieus België

Van A tot Z: Sagen, mythen, legenden, sterke verhalen, geheimzinnige geschiedenissen, historische mysteries, feiten en fictie van Aalst tot Zwevezele, van Arlon tot Wéris! Wij organiseren voor u een stadsspel, GPS-spel, stadswandeling, detectivespel, fotozoektocht in Mysterieus België met 1 spelleider, met diverse performers, of in een doe-het-zelf pakket, in het Nederlands, Frans of Engels! Vraag hier vrijblijvend een offerte aan!

12.10.15

Paranormaal onderzoek in Duivelsputten te Affligem


Onder begeleiding van auteur Patrick Bernauw en lerares chemie Magali De Vlaeminck, en in het kader van de lessen wetenschappen, vormden de leerlingen van 6 SPWE, ECWI en LAWI van het Koninklijk Atheneum in Aalst een aantal paranormale onderzoeksteams. Geleid door de GPS stelden zij ‘Van Galgenberg tot Duivelsput’ inderdaad een onderzoek in naar de paranormale activiteiten die daar al van oudsher worden gesignaleerd.







Scholen die eveneens in het kader van een GPS-bosspel een wetenschappelijk onderzoek willen instellen naar de plaatselijke sagen en legenden, kunnen contact opnemen met Patrick Bernauw via info@inter-actief.be

Lees hier een gratis preview van het ebook Van Galgenberg tot Duivelsput.






13.7.15

Waarom Tom R., de informant uit Satans Lied van Karl Hammer, nooit in Rennes-le-Château is geweest

Een correspondent en deskundige van het Rennes-le-Château Mysterie bezorgde onderstaande kritische opmerkingen met betrekking tot Satans Lied van Karl Hammer-Kaatee.

Ecce Agnus Dei, in de kerk gewijd aan Maria Magdalena
Rennes-le-Château

Het boek Satans Lied van auteur Karl Hammer-Kaatee pretendeert het verslag van een waargebeurd verhaal te zijn, althans zo staat het in grote letters op de cover van het boek. Hammer-Kaatee zegt zelf het boek geschreven te hebben in opdracht van een zekere Tom R. die tijdens en na de Tweede Wereldoorlog ondermeer voor de geallieerde inlichtingendienst en de CIA werkte. Van de CIA zou hij de opdracht gekregen hebben om op zoek te gaan naar de gestolen Rechtvaardige Rechters van het Lam Gods.


Ook Rennes-le-Château komt in Satans Lied aan bod. In het boek stelt het hoofdpersonage Tom R., die beweert het dorp in 1949 zelf te hebben bezocht, dat hij het verhaal van Rennes-le-Château heeft aangedikt als een soort van afleidingsmechanisme. Ik ben er echter van overtuigd dat de uitlatingen van Tom R. over Rennes-le-Château niet op waarheid berusten, en dat een bezoek van deze Tom R. aan Rennes-le-Château in 1949 zelfs nooit heeft plaatsgevonden. 
In het boek wordt de eerste ontmoeting van Tom R. met Rennes-le-Château uitgebreid beschreven op de bladzijdes 312 tot en met 339. Tom R. blijft in zijn beschrijvingen van het dorp echter zo oppervlakkig en algemeen, dat het moeilijk is om anachronismen en anomalieën te achterhalen. Toch vond ik in deze passage een aantal opvallende tegenstrijdigheden die mijn vermoedens omtrent een fictief bezoek van Tom R. aan Rennes-le-Château bevestigen.


  1. Op pagina 313 van Satans Lied beschrijft Tom R. zijn eerste ontmoeting met Henriette Coll, de vrouw van Noël Corbu. Bij monde van Tom R. zegt Hammer het volgende:
"Achter mij riep een vriendelijke vrouwenstem. Ik draaide me om en zag iemand van middelbare leeftijd uit een raam van een statig herenhuis leunen. Ze wuifde enthousiast dat ik even moest wachten en enkele ogenblikken later stond ze voor me. Ze stelde zich voor als Henriette en vroeg..." (Hammer-Kaatee 2006: 313).
Wat Tom R. echter niet beschreef en Hammer waarschijnlijk niet wist, was dat Henriette Coll op zevenjarige leeftijd door een kar overreden was en dat één van haar benen daarbij verbrijzeld was. Ze liep dan ook een leven lang op krukken (Simons 2005). Tenzij Henriette Coll in Rennes-le-Château op miraculeuze wijze genezen zou zijn (altijd mogelijk in deze mysterieuze streek), lijkt het me ondenkbaar dat ze 'enkele ogenblikken later' voor Tom R. kon staan (zie citaat). Tom R. zegt ook niet dat Henriette Coll gehandicapt was, wat iemand toch meteen zou opvallen en in de beschrijving van deze persoon zou opgenomen worden.
  1. Op pagina 325 van het boek informeert Tom R. bij Marie Dénarnaud naar de aanwezigheid van nazi's in Rennes-le-Château tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij doet deze navraag om te weten te komen of Oberleutenant Henry Koehn ook in Rennes-le-Château is geweest. Er staat:
"Het was me ook gelukt om naar de aanwezigheid van nazi's te informeren en Marie bevestigde dat er inderdaad eens iemand enkele malen in het dorp was geweest. Het herenhuis was toen echter nog geen hotel en ze was zijn naam vergeten. Voor mij betond er geen twijfel dat dit Koehn was geweest. Wel vond ik het vreemd dat hij kennelijk alleen was, terwijl ik verwachtte dat hij zijn cartograaf bij zich zou hebben" (Hammer-Kaatee 2006: 325).

Uit dit tekstfragment van Satans Lied blijkt duidelijk dat er volgens Marie Dénarnaud slechts één Duitser in Rennes-le-Château is geweest, mogelijk Henry Koehn. In het boek L'Héritage de l'abbé Saunière van Antoine Captier en Claire Corbu lezen we een heel ander verhaal op bladzijde 31:
"Pendant la guerre de 1945, quelques soldats allemands y avaient séjourné et mademoiselle Marie en avait gardé un mauvais souvenir car, disait-elle, "ils se sont même servis des rideaux pour faire briller leurs bottes!" (Captier & Corbu 1985: 31).
Hieruit blijkt dat er meerdere nazi's in Rennes-le-Château overnacht hebben, en dit zelfs in Villa Bethania. Ze hebben hun laarzen schoongemaakt met de gordijnen van het huis. Marie Dénarnaud heeft de Duitsers daarom verfoeid, maar in Satans Lied blijkt ze zich dit niet te herinneren. Bizar.

Ik heb met Antoine Captier persoonlijk gesproken. Met de man van Claire Corbu dus, de schoonzoon van Noël Corbu, hoteluitbater van Villa Bethania in de periode toen Tom R. daar zogezegd zou geweest zijn. Antoine Captier is geboren en getogen in Rennes-le-Château. Hij bevestigde mij dat er tijdens de Tweede Wereldoorlog meerdere Duitsers aanwezig waren, ondermeer parachutisten die aan kleine kinderen - zoals Antoine - chocolade uitdeelden.
  1. Op pagina 320 van Satans Lied staat er het volgende over de dood van Saunière:
"Ik liet niets merken en vroeg hoe de priester was gestorven. Noël trok een bedenkelijk gezicht. De man kreeg een hartaanval en stierf nog dezelfde dag" (Hammer-Kaatee 2006: 320).
Saunière stierf natuurlijk niet op de dag dat hij zijn hartaanval kreeg. Over de exacte dag van Saunières hartaanval verschillen de bronnen: ofwel wordt de datum 14 januari ofwel 17 januari genoemd, maar hij stierf pas enkele dagen later op 22 januari 1917. Ofwel wijst dit op een toen nog beperkte kennis van het Rennes-le-Château-verhaal van Noël Corbu ofwel is het een hedendaagse onwetendheid van Karl Hammer op het gebied van Rennes-le-Château.


Ook een partituur.



Meer over Karl Hammer(-Kaatee) in De Hamer van Thor: paperback Bol.com (€21,50) en ebook (maximum €12):
Kobo (€11,90) - met gratis preview van 20%.
Apple iBook Store - met gratis preview van 20%.
Xinxii PDF (€12,00)

18.6.15

Belgische Codebrekers in Mittenwald: Zeg het met een bloem!


Gisteren verstuurde het Belgisch-Nederlands-Slowaakse Onderzoekscollectief Ysa Pastora onderstaand persbericht naar alle relevante media in Nederland en Vlaanderen. De afgelopen week hebben wij EenVandaag herhaaldelijk, De Volkskrant en de VRT Nieuwsdienst eenmalig, gewezen op hun verantwoordelijkheid. Mochten er in de nabije toekomst nog meer onsmakelijke toestanden aan het licht komen, dan kunnen deze media instituten alvast niet beweren dat zij het niet geweten hebben. De omerta terzake begint ondertussen wel bijzonder onfris te ruiken.



Met dank aan Ignace Lepage, www.codebrekers.be
Karl Hammer handtekent niet alleen de trailer voor zijn nieuwe boek
met de Tau/Irminsul, ze zit ook in de publireportages van EenVandaag. 


Op 12-06-15 titelde de Belgische krant De Morgen op de voorpagina: Nepjournalist ontmaskerd / De “nazischat” die niet bestaat. – In het kader van een tweepagina-artikel met als titel Schat aan verzinsels ontmaskerde “onderzoeksjournalist” Karl Hammer zichzelf als een man die ook liegt over zijn geboortejaar.


Het artikel van Jeroen De Preter brengt het verhaal van een Belgisch-Slowaaks-Nederlands onderzoekscollectief rond (schuilnaam) “Ysa Pastora” en met als woordvoerder de Belgische auteur van historische faction thrillers Patrick Bernauw. Dit collectief startte in januari 2015 de website www.rauna.eu waarop het verslag uitbracht over het onderzoek naar leven en werk van de Nederlandse onderzoeksjournalist, kunstfotograaf en voormalig video-editor van AVRO, Karl Hammer. In april gingen zij samenwerken met een Belgisch leraar elektriciteit en elektronica die gefascineerd is door vraagstukken, Ignace Lepage.
Afgelopen week publiceerden Ysa Pastora en Patrick Bernauw via de kleine digitale uitgever vzw de Scriptomanen De Hamer van Thor, het eerste boek uit een reeks van vier, met de resultaten van hun onderzoek. De Hamer van Thor heeft “de deconstructie” van het werk van Karl Hammer als onderwerp, of ook: het “debunken” van een hoax, waaraan grote media instituten als EenVandaag (AVROTROS) hun volle medewerking verleenden. Het door Karl Hammer en zijn uitgeverij Elmar goed georkestreerde consumentenbedrog werd mede in de markt gezet door de slordige journalistiek van De Volkskrant in Nederland en van Reyers Laat in België. Bovendien rijst de vraag of er achter deze feiten een nog ernstiger “verborgen agenda” schuilgaat.


Karl Hammer publiceerde met De tranen van de wolf (2007) en Gezocht: Codebrekers (2012) twee maal identiek hetzelfde boek over een gecodeerde partituur die naar een nazischat in het Beierse Mittenwald zou leiden. Een zekere Peter Schulz bezorgde hem alle informatie over een lading goud van de Reichsbank en diamanten van Hitler, bedoeld om de nazi-terreurgroep Werwolf te financieren. De rechterhand van Hitler, Martin Bormann, had de bergplaats versleuteld weergegeven in een partituur, die door ene ‘pastoor Otto’ in april 1945 naar partijboekhouder Franz Xaver Schwarz gebracht moest worden.
In 2012 gaven diverse media een ruim forum aan Karl Hammer, die eerst een beloning van €12.000 en vervolgens van $25.000 uitloofde, voor wie erin slaagde de code te kraken. Een eerdere poging in 2007-2008 om een hype te creëren met een beloning van €25.000 had gefaald, wat door Hammer ook toegegeven werd in De Volkskrant. In mei 2015 onthulden Ysa Pastora & Co. ten slotte dat onder meer Der Spiegel in 1996 al een verband had gelegd tussen Karl Hammer, de extreemrechtse activist Peter Schulz, naoorlogse Werwolf-cellen en de  NSDAP/AO. Dit is de Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei/Auslands-Organisation van de Amerikaanse neonazi Gary Lauck uit Lincoln, Nebraska.



Hoewel De Hamer van Thor reeds werd gepubliceerd, doen er zich in deze zaak dagelijks nieuwe ontwikkelingen voor, te volgen op www.rauna.eu. Heel wat mysteries blijven vooralsnog onopgehelderd: bijvoorbeeld waarom Karl Hammer-Kaatee eigenlijk Karl Hammer werd en zijn geboortejaar van 1959 naar 1969 veranderde. Maar ook hoe Ysa Pastora erin slaagde de code te kraken en op die manier een nazi heiligdom vond in Mittenwald. Deze Irminsul speelt om een of andere tot dusver nog onverklaarde reden een belangrijke rol in leven en werk van Hammer. Als we mogen afgaan op de trailer, speelt de Irminsul zelfs een centrale rol in zijn nieuwe boek The Seat of Francis/De Zetel van Franciscus.
Hoe Ysa Pastora de code brak, zal in het najaar van 2015 gereveleerd worden in een tweede boek, De Mysteries van Mittenwald. Waarom de publicatie van De Zetel van Franciscus sinds de onthullingen van Ysa Pastora al een paar keer verdaagd werd, blijft evenwel onduidelijk.





OP HET WEB:
Schat aan verzinsels, De Morgen 12-06-15
De diamanten van Hitler, EenVandaag 11-12-12
Raadsels rond de tranen van de wolf, EenVandaag 27-11-13
De schat interesseert me niet, wel het verhaal erachter, De Volkskrant 12-12-12
De verborgen diamanten van Adolf Hitler, Reyers Laat 13-12-12
Gesunde Barbaren, Der Spiegel 1996

Over het georkestreerde consumentenbedrog vanIndiana Brownie, aka Karl Hammer, en zijn uitgeverij Elmar



Overigens ben ik van mening dat EenVandaag, de VRT Nieuwsdienst en De Volkskrant hun verantwoordelijkheid moeten opnemen, en verslag uitbrengen over feiten in plaats van over de fictie van Indiana Brownie.



sitestat

6.6.15

Codebrekers uit Mysterieus België nemen het voortouw in Nazi Schattenjacht


Zopas lanceerden Ysa Pastora (schuilnaam van een Slowaakse met Vlaamse roots) en auteur Patrick Bernauw het ebook De Hamer van Thor.  Hierin wordt ook veel aandacht besteed aan het Dossier Lepage van de schattenjager en codebreker uit Aaigem, Ignace Lepage. De paperback kan hier al voorbesteld worden; het ebook is direct downloadbaar bij onder meer Kobo (€11,90) en in de Apple iBookstore (€11,99) met gratis previews van 20%. Het zal in de loop van volgende week ook te krijgen zijn in alle online boekhandels zoals Bol.com, Standaard Boekhandel...   

Het ebook is opgemaakt in het epub-formaat, waarmee je het boek kunt lezen op iedere iPad, tablet of smartphone. Als je het gratis programma Adobe Digitals installeert
kun je het ook lezen op PC. Het is eveneens beschikbaar als PDF (Xinxii, €12).







De Hamer van Thor is het eerste boek uit een reeks van vier, getiteld De Jacht op een Nazi Schat. Dit eerste boek bestaat uit een kritische doorlichting van het werk van “onderzoeksjournalist” Karl Hammer, dat wordt ontmaskerd als een volstrekte fictie. Hieruit blijkt ook dat een gecodeerde partituur met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet dateert van de Tweede Wereldoorlog, maar mogelijk een fabricaat uit de jaren 90 of zelfs van een nog recenter datum is. Waarmee tegelijk het verhaal van Hammer & Schulz over de combinatie Bormann-Schwarz-Otto-Werwolf en een nazi schat van goud en diamanten onderuit wordt gehaald. Temeer omdat de gecodeerde partituur Ysa Pastora naar een neonazi heiligdom in Mittenwald leidde, en Ignace Lepage naar een Antoniuskapel-met-Irminsul. Patrick Bernauw toont dan weer aan dat dezelfde Irminsul centraal staat in leven en werk van Karl Hammer. De neopaganistische Irminsul vinden we immers terug in de twee “onderzoeksjournalistieke” werken die hij al heeft gepubliceerd, in de trailer voor zijn derde boek, op een auteursfoto, in een reportage van EenVandaag… en hetzelfde motief speelt een vooraanstaande rol in zijn kunstfotografie.

Het onderzoekscollectief rond Ysa Pastora moest het eindpunt van de decodering – de Irminsul – al vrijgeven om de “deconstructie” compleet te maken. Over de decodering zelf zul je in dit eerste boek uit de reeks nog weinig of niets vernemen. De diverse stappen in de decodering worden uit de doeken gedaan in boek 2, Het Mysterie van Mittenwald, gepland voor najaar 2015. Ondertussen staat het iedereen vrij het exact-wetenschappelijke en mathematische pad te ontdekken dat Ysa Pastora heeft gevolgd en waarmee ze uiteindelijk aan de voet van de Irminsul is beland. De implicaties van deze ontdekking, en de achtergronden van occulte en historische aard, worden uiteengezet in boek 3, Geheimen van de Runen, dat zal verschijnen in 2016. Het vierde boek, dat onze tetralogie over het Vierde Rijk compleet maakt, zal De Postkaart Code behandelen en onder meer de personages belichten die in het clair-obscur van kunstfotograaf Karl Hammer volkomen onderbelicht zijn gebleven. De grootvader van Ysa Pastora blijkt in de jaren vijftig in Brussel geïnfiltreerd te zijn in een bijzonder merkwaardig gezelschap; in zijn huis in Antwerpen werd na zijn dood in 2008 een reeks gecodeerde postkaarten aangetroffen...

Meer info op www.rauna.eu





Inschrijven op het Rauna-abonnement kan door €40 over te schrijven op onderstaand rekeningnummer, met vermelding van je emailadres (waarbij "at" staat voor @) en "Ebook Abonnement Rauna" of een mailtje te sturen naar ebookabo@rauna.eu (je zult in dat geval een automatische bevestiging ontvangen van je abonnement).

Rekeningnummer vzw de Scriptomanen:
IBAN BE 43 0016 9362 0101
BIC GEBABEBB

Via PayPal (ebookabo €40):

 

8.5.15

Codebreker Ignace Lepage heeft zijn eigen website over de Nazi Schat van Mittenwald

Foto uit De Hamer van Thor van Ysa Pastora & Patrick Bernauw.
Het boek verschijnt niet toevallig op 12/06/2015.




De site www.codebrekers.be van Ignace Lepage zal handelen:

* over de oproep van Karl Hammer op 12-12-12;
* over de spannende, avontuurlijke en leerrijke zoektocht naar de schat die verborgen zit in een gecodeerde document;
* over de mislukte pogingen van Lepage om de oplossing in te sturen;
* last but not least: over een paar onwaarschijnlijke bevindingen.

De informatie zal in weloverwogen hoeveelheden en volgens een weloverwogen tijdschema prijsgegeven worden. De uitgave van het nieuwe boek van Karl Hammer, De Zetel van Franciscus, is voorzien voor 15-06-15. De onthulling van alles wat Lepage heeft vastgesteld, is niet toevallig gepland voor 12-06-15:

Dit is eveneens de dag waarop Ysa Pastora en Patrick Bernauw het boek De Hamer van Thor uitgeven. Als u de evolutie van deze website volgt, dan zal u perfect begrijpen waarom data zo belangrijk zijn in deze context. 

 Ignace Lepage, 15-04-’59, euh, ‘69.

Om uw geheugen even op te frissen:





Juli 2015 - De site van Ignace Lepage werd opgeheven en Het Dossier Lepage werd opgenomen in De Hamer van Thor:


22.4.15

Gent: De Zeemeermin op het Toreken


De Zeemeermin Melusine op het Toreken in Gent

Hoe is die Zeemeermin in 's hemelsnaam bovenop het Toreken van het Huidevettershuis terechtgekomen, gelegen aan de Vrijdagmarkt in Gent, waar nu het Poëziecentrum gevestigd is? Een lang verhaal, dat start in Schotland, in de tiende eeuw...


Het Toreken - CC Paul Hermans

Uit het huwelijk van koning Elinas en de fee Pressine werden drie meisjes geboren: Melias, Palatine en Melusine. Toen het koninklijke paar ruzie kreeg, trokken de feeën partij voor hun moeder en lieten ze hun vader gevangen zetten. Waarop hun vader zijn dochters vervloekte: iedere zaterdagavond zou het onderste deel van hun lichaam veranderen in een slangenstaart, wat ze de facto tot een soort zeemeermin omtoverde. Werden ze bovendien in die toestand van metamorfose betrapt, dan zouden ze ook hun toverkracht verliezen. 

De meisjes besloten zich op het Europese vasteland te vestigen, waar hun lot door niemand gekend was. Melusine trok naar de Ardennen. 'Op een mooie namiddag in het jaar 963, terwijl ze zich spiegelde in het heldere water van de Alzette,' lezen we in Ongewoon en Mysterieus België (een uitgave van Reader's Digest), 'verscheen Siegfried, de prins van die onherbergzame kontreien, wiens kleine kasteel zich op de nabije heuvels bevond. Voor de twee jonge mensen was het liefde op het eerste gezicht en hetzelfde jaar nog werden ze in de echt verbonden. Van een arme edelman werd Siegfried algauw een machtige heer, dank zij de magische praktijken van Melusine, die zich elke zaterdagavond weer heel geheimzinnig in haar vertrekken opsloot.'

Zo verliepen twintig jaar van echtelijk geluk, tot Siegfried verteerd raakte door jaloezie: waarom mocht hij nooit haar kamer betreden op zaterdagavond? Melusine, die haar echtgenoot door en door vertrouwde, was onvoorzichtig geworden en liet de deur van haar kamer al eens open. Nietsvermoedend, in haar gedaante van zeemeermin, nam ze een bad... Siegfried was nauwelijks van zijn verbijstering bekomen, toen de vloek al werkelijkheid werd: een vreselijke aardschok deed het kasteel instorten. Siegfried vond de dood in de puinen van zijn kasteel en Melusine, veranderd in een gevleugelde draak, ging weer in de wereld van de verbeelding wonen...

'Deze voorbeeldige vrouw en moeder, die door de vervloeking werd achtervolgd en ook de macht van het bovennatuurlijke symbolizeerde, werd de heldin van een roman van Jan van Atrecht in de 14de eeuw. Was zij een produkt van de fantasie of een echt bestaande vrouw?' - Een feit is dat de legende van de mysterieuze fee met de slangenstaart heel erg tot de verbeelding sprak van de graven van Boulogne, Rethel, Luxemburg, Toulouse, Lusignan en Anjou. Op zoek naar illustere voorvaderen, beweerden ze dat Melusine een van de eersten van hun geslacht was. Adellijke families probeerden haar beeltenis op te eisen, door het via gemanipuleerde stambomen aan hun afstamming toe te voegen. 

Het nobele bloed van Melusine zou volgens de overlevering, en via Godfried van Bouillon, ook door de aderen stromen van de christelijke koningen van Jeruzalem. Vandaar dat we echo's van haar verhaal ook terugvinden in de legende van Mathilde van Toscane en de stichting van de abdij van Orval. Mathilde was immers verwant aan Godfried van Bouillon. Ze is ook bekend als Luscente, en ligt zo aan de oorsprong van de naam Luxemburg, dat zoveel betekent als 'de burcht van Luscente'. In Koerich, gelegen tussen Luxemburg en Aarlen, net over de Belgische grens, kunt u trouwens nog altijd de ruïnes van het kasteel van Siegfried bezoeken. 

Ten slotte wordt haar verhaal ook op symbolistische en magisch-realistische wijze verteld in het allereerste toneelstuk van de enige Nobelprijswinnaar Literatuur die België ooit gehad heeft: La Princesse Maleine, van Maurice Maeterlinck. Hij schreef voornamelijk in het Frans en woonde een groot deel van zijn leven in Frankrijk, maar hij was een geboren en getogen Gentenaar. Haar verhaal wordt even goed verteld in een ander beroemd toneelstuk van zijn hand, Pelléas et Mélisande, dat door Debussy werd bewerkt tot een opera. Het loont de moeite om eens uit te vissen of de legende over de Gentse zeemeermin op het Toreken (zoals bijvoorbeeld verteld op Gent Blogt) beïnvloed werd door het toneelstuk van Maeterlinck, of Maeterlinck door de legende, want toneelstuk en legende beginnen op identiek dezelfde wijze. En het thema 'jaloezie' speelt een prominente rol in zowel legende als toneelstuk.

En daarmee houdt het niet op. Runen werken o.a. met 'resonantie'. Deze veruitwendigt zich in 'resonerende betekenissen': gelijkaardige betekenissen trekken elkaar aan, met als gevolg de 'betekenisvolle coïncidenties' of 'synchroniciteit' die we kennen uit de psychologie van Carl-Gustav Jung. Er zijn onder meer numerologische en astrologische correspondenties mogelijk. Maar de resonantie speelt uiteraard ook een rol op het niveau van de klank, en dan meer bepaald door stafrijm (alliteratie). Het zal u misschien opgevallen zijn dat niet alleen de naam Maurice Maeterlinck een stafrijm is, maar dat het ook geldt voor zijn dramatis personae Maleine en Mélisande - en uiteraard hun 'oermoeder', het archetype 'Melusine'. Het sluit naadloos aan bij de symboliek van de Runen waar de letter M (Mannaz) op esoterisch niveau o.a. staat voor 'sjamaan', 'transcendent bewustzijn', 'rasgeheugen' (dat we kunnen vertalen als het 'collectief onbewuste', ook weer bekend uit het werk van Carl-Gustav Jung). 

De Vereniging van de Koning en de Koningin.
Houtsnede uit het Rosarium Philosophorum, 1550.


De astrologische correspondentie van de Mannaz (ook Manna of Mann genoemd) is de Waterman, de goddelijke én tegelijk dierlijke correspondentie (dit paradoxale vind ik zo fijn aan die Runen) is de Mens. De plant die met de Mannaz wordt geassocieerd is de alruin en het element, in dit geval de elementen: Water & Vuur. Dat Mannaz de tegengestelden in zich verenigt (het goddelijke en het dierlijke, Water & Vuur) is - alweer - geen toeval: de alchemisten zoeken eveneens een vereniging van het Hoge en het Lage ('Boven is Beneden'), het Kleine en het Grote (het Heelal weerspiegelt zich in een zandkorrel), Yin & Yang, het mannelijke en het vrouwelijke... om uiteindelijk - in de Steen der Wijzen - het volmaakte evenwicht, de opperste harmonie, het Hemelse Jeruzalem te vinden. We vinden het ook terug in het principe van het Mystiek Huwelijk.


Mannaz 
Rune gemaakt in kant (Damme)


Pelléas heeft dan weer de P van Parsifal, en de P-Rune Perthro staat niet voor niets voor het Mysterie, onvoorstelbare gebeurtenissen en seksuele ontmoetingen, een inwijdingsritueel, het Lot (Karma) en irrationele angsten. Door zijn vorm wordt Perthro niet alleen geassocieerd met de vagina, maar ook met een recipiënt, een beker, een schotel... de Graal, kortom. Waardoor we naadloos belanden bij le Sang Réal, het Heilig of Koninklijk Bloed van de Bloedlijn van Christus, Jeruzalem, de kruisvaarders, Godfried van Bouillon, Orval en Brugge...


Perthro
Rune gemaakt in kant (Damme)


De Siegfried waarvan sprake, is overigens ook deze die we kennen uit Die Ring des Nibelungen van Richard Wagner; er zijn dan ook diverse 'resonanties' tussen het toneelwerk van Maeterlinck en het libretto van Wagner. De Sowilo of Sig-rune, ook bekend als het Zonnewiel, werd in de nazi-tijd verrdubbeld en in die vorm door de SS geadopteerd; de inscriptie in de SS-dolk zou dan gefungeered hebben als een beschermend amulet.

Dubbele Sig-Rune


Maar hoe kwam Melusine nu op het Toreken te staan? Wel, verdoemd tot een 'eeuwig' bestaan als geest, bleef ze nog steeds erg begaan met het lot van nakomelingen, die ze telkens waarschuwde voor naderend onheil. Dat was de burgers van Poitiers niet ontgaan, en zo groeide Melusine op tot mascotte van de stad.
'Toen de kruisvaarders jaren later het Heilig Land gingen bevrijden,' lezen we op Gent Blogt. 'hadden die van Poitiers een vaandel met daarop een gouden Melusine-beeldje.' Dit werd veroverd door de Arabieren, maar heroverd door Vlaamse kruisvaarders. Zij brachten het mee naar Biervliet, en toen eeuwen later de Gentenaars onder leiding van Jacob van Artevelde aan de poorten de stad stonden, waren de huidevetters de eersten die over de stadsmuren geraakten. 'Van Artevelde beloonde hen voor hun moed met het beeld van Melusine. Terug in Gent plaatsen ze het beeld als windwijzer op hun gildehuis, en daar staat het nog altijd.' Weliswaar in een nieuwe versie...




22.3.15

Het Lam Gods en de Tempeliers - door Ronny De Schepper



Ronny De Schepper haalt op zijn blog "dagelijks iets degelijks"  herinneringen op aan een lezing die ik hield, twintig jaar geleden, in Gent, over het Lam Gods en de Tempeliers: "Ik ging er met sceptische nieuwsgierigheid naartoe, maar het verhaal van Bernauw wist mij zodanig te boeien dat het mij sindsdien niet meer heeft losgelaten… Later was er ook nog Cor Geysen die al deze gegevens in een aannemelijk verhaal aan elkaar heeft trachten te koppelen. Je gelooft het of je gelooft het niet, maar het is alleszins erg boeiend om naar te luisteren." Wat volgt, is een boeiende synthese, die ik hier graag integraal overneem.







JAN VAN EYCK
Op het Lam Gods zouden de negen stichters van de Tempeliers afgebeeld staan op een paneel, net naast dat van de Rechtvaardige Rechters. Deze laatsten zouden dan weer staan voor de moordenaars van Willem IV, waarna Judocus Vijdt dus op de proppen is gekomen. De middenste stichter van de Tempeliers heeft trouwens het gezicht van Willem IV gekregen. Daarnaast zit Godfried van Bouillon op een ezel, een rechtstreekse verwijzing naar de intocht van Christus in Jeruzalem.
De maker van het Lam Gods is overigens niet “de gebroeders Van Eyck”, want Jan en Hubert waren geen broeders maar neven. En vooral, Hubert wist helemaal niets af van schilderen, maar wel “broeder” Van Eyck. Jan Van Eyck was met andere woorden een “ingewijde” van de Tempeliers.
Dat het Lam Gods trouwens in Gent werd geschilderd, is volgens Cor Geysen geen toeval. Het “goddelijke bloed” werd immers doorgegeven aan de Merovingers, die wij kennen als “de vadsige koningen”, een ietwat verkeerde vertaling van “les rois faignéants”, die enkel “faignéant” waren omdat ze niet absolutistisch konden regeren. In werkelijkheid waren ze wel wetenschappelijk (en misschien ook wel alchemistisch) onderlegd. Zo stuurde koning Dagobert I de zendeling Amandus naar de samenvloeiing van Schelde en Leie om daar Gent te stichten. In Gent zouden zich trouwens twee “Mottes” bevinden, dit zijn “heuvels” met onderaardse krachten (zie hoger), waarop de Tempeliers rond 1100 dan twee van hun “commanderijen” hebben gevestigd, met name het Prinsenhof, waar later Karel V zou worden geboren, en het Tempelhof, waar nu zowaar de serviceflats van de nabijgelegen Volkskliniek gevestigd zijn.
Ook de Graven van Vlaanderen stammen af van de Merovingers. Er zou trouwens een geheime onderaardse gang bestaan hebben tussen het Gravensteen en het Tempelhof. Het is precies dit “geheim” (niet de onderaardse gang, maar de bloedafstamming) die Jacques de Mollay destijds het leven zou hebben gekost, toen Filips de Schone de Tempeliers begon uit te roeien. Zelfs de Leeuw van Vlaanderen zou naar deze symboliek verwijzen, aangezien het een “klimmende” (klauwende) leeuw is, net zoals de Leeuw van Juda, de voorvader van David, het geslacht waaruit Jezus stamde.
Via het huwelijk van Margaretha van Male met Filips de Stoute wordt de bloedafstamming dan doorgegeven aan de Bourgondiërs (denk aan de Orde van het Gulden Vlies, die ook een soort Tempelorde was) en zo naar de Habsburgers. Men kan zich trouwens afvragen of de recente belangstelling van de Habsburgers voor Gent (denk aan het spraakmakende huwelijk van Catharina von Habsburg, de dochter van Rudolph, met de Italiaanse graaf Massimiliano Secco d’Aragona in januari 1999) daarmee iets te maken heeft. Waarmee het zeker niets te maken heeft, is met het huwelijk van Philip en Mathilde, want Mathilde stamt af van een Maltezersfamilie en dat zijn zowat de gezworen aartsvijanden van de Tempeliers. De Maltezers hebben van de paus namelijk de geconfisceerde bezittingen van de Tempeliers gekregen, toen ze werden verboden, een “onrecht” dat onder andere Napoleon Bonaparte heeft trachten te herstellen (*).

ZEELAND
Ook de oudst bekende Graaltekst is in Gent ontstaan, namelijk geschreven door Chrétien de Troyes in opdracht van Filips van den Elzas. Deze tekst is een vertaling van een ouder boek dat helaas is verloren gegaan. Waarom men – in het licht van de “Gentse connectie” – dat oorspronkelijke boek steevast in Zuid-Frankrijk, zoniet zelfs in Perzië of India wil situeren is dan ook een raadsel. Dat is eveneens de mening van het Nederlandse schrijversduo Paul Verhuyck en Corine Kisling in “Het Leugenverhaal” (2007).
Beide schrijvers hadden zich acht jaar daarvóór in Zeeland gevestigd, meer bepaald in het dorpje Graauw. Volgens hun boek met de niet mis te verstane titel is de graal dan ook daar verborgen. Een evidente Spielerei, maar niet van enige grond ontbloot. Zo zouden er, naast verwijzingen naar de Arthur-legende, in het verhaal van Chrétien ook referenties aan het Reinaert-verhaal staan, dat zich in het Land van Waas (waartoe ook een gedeelte van Zeeland behoort) afspeelt.
Bij Chrétien is de graal een schaal, maar bij Wolfram von Eschenbach is het al een steen geworden, de fameuze Steen der Wijzen, die het eeuwige leven (de ultieme transformatie) belooft. Vandaar ook de aanwezigheid van neonazi’s en skinheads in het boek (zie verder).

KRUISIGING
Alhoewel het van minder belang is (hij kan namelijk kinderen verwekt hebben vóór zijn kruisdood), geloven sommige Tempeliers dus niet dat Christus aan het kruis is gestorven (zijn lijden werd verzacht door de bekende in azijn gedrenkte spons, in deze azijn was mogelijkerwijs alruin ofte mandragora opgelost, een sterk verdovend middel). Daarom verwijst het Tempelierskruis dan ook niet naar een dergelijk kruis, maar is het gelijk in de vier richtingen, die verwijzen naar de vier windstreken.
Maar goed, terug naar de kruisiging van Christus. Die azijn b.v. die men hem geeft, is normalerwijze slechts in zoverre sadistisch dat de gekruisigde hierdoor weer terug tot bewustzijn komt (vergelijk met vlugzout), zodat hij het in sommige gevallen zelfs een week kan uithouden. Het breken van de beenderen is daartegenover géén sadisme, maar een vreemde vorm van menslievendheid. Op die manier heeft men geen steun meer en sterft men sneller door verstikking.
Maar bij Jezus heeft de “azijn” dus juist het tegenovergestelde effect! Daarom veronderstelt men dat de spons b.v. in belladonna was gedrenkt en dat daardoor de dood kon worden gesimuleerd. Op die manier voorkwam men ook het breken van de benen, zoals in de profetieën stond. Niet dat die profetieën (ook in andere gevallen) zo Nostradamus-like juist waren, maar Jezus droeg er zorg voor steeds te handelen nààr die profetieën.
Na afloop zou hij dan met Maria Magdalena, Martha, Lazarus en Jozef van Arimathea zijn uitgeweken naar Zuid-Frankrijk (overigens een rijk puikje, het verhaal van “de arme timmermanszoon” is alweer apocrief), waar hij dus aan de oorsprong zou liggen van een geslacht, waarvan nog steeds nakomelingen leven. Om voor dat nageslacht te zorgen hoefde hij zelf natuurlijk niet naar Frankrijk te komen. Henry Lincoln – zie hoger – kan zich dan ook best verzoenen met andere theorieën, waarbij hij veel later in Alexandrië, Kasjmir of Massada zou omgekomen zijn.
Volgens weer andere bronnen zou Jozef van Arimathea met twaalf volgelingen en in het bezit van de Graal, dan weer in de meest bekende betekenis, als tinhandelaar in het Britse Cornwall zijn terechtgekomen, waar inderdaad tin werd ontgonnen. Daar zou hij zijn staf hebben geplant in Glastonbury, waar sindsdien een struik het hele jaar door in bloei staat. Nog altijd trouwens. En er is een bron die rood kleurt omdat het bloed van de Graal erin vergoten werd. Al zou het natuurlijk ook kunnen dat het gewoon roest is. Niet toevallig wordt in Glastonbury ook het graf van de al dan niet mythische koning Arthur en zijn echtgenote Guinevere gesitueerd, dat in 1184 werd “ontdekt” (Matthews, p.45). En al is het graf zeker een vervalsing, het jaarlijkse popconcert dat er plaatsvindt, wou zeker in de jaren zestig meer zijn dan gewoon een popconcert. Het was een wonderlijke mix van christelijk geloof met heidense riten.

JOHANNES DE DOPER
Een andere opvatting is dan weer dat niet Christus maar Johannes de Doper de echte Messias zou geweest zijn. Christus zou dan ook de aanstoker zijn om Johannes letterlijk een kopje kleiner te laten maken. Ook dat zou te zien zijn op het Lam Gods, dan zou de ongeïdentificeerde vrouw naast Maria Magdalena (Christus’ echtgenote dus) Salomé zijn.
Het afgehouwen hoofd dat de Tempeliers zouden aanbidden (Bafomet) zou dan ook dat van Johannes de Doper zijn. Men gaat daarbij wel gemakshalve voorbij aan het feit dat deze theorie helemaal die van de “goddelijke afstamming” ondergraaft.
Arsène Goedertier van zijn kant haalde zijn wijsheid vooral uit de boekjes. Uit detectiveboekjes van Arsène Lupin o.a. En zo zou in “L’aiguille creuse” (letterlijk “De holle naald”, maar in het Nederlands uitgegeven als “Het geheim van Arsène Lupin”) bijna letterlijk de roof van het paneel met de Rechtvaardige Rechters beschreven staan. In dat geval zou enkel de keerzijde (Johannes de Doper) écht geroofd zijn (en nadien terugbezorgd als bewijs dat de dief wel degelijk ook de Rechters in zijn bezit had).
Dit zou dan ook het schilderij zijn dat de enige getuige, namelijk een professionele dief, Cesar Aercus, die juist bij de bakker om de hoek wou inbreken, in een Chevrolet zou hebben zien laden. De Rechters zelf zouden dan vlakbij de oorspronkelijke plaats verborgen zijn, zoals ook al vele theorieën hebben verkondigd. Maar aangezien Goedertier nochtans niet zoveel tijd had om zeer uitgebreid te werk te gaan, zou het dan toch normaal gesproken al moeten teruggevonden zijn.
Over het feit dat dit niet zo is bestaan er twee theorieën. Een eerste theorie vertrekt van het feit dat Mgr.Coppieters in geldnood zou hebben verkeerd, zodat hij het schilderij zou hebben laten stelen om dan een verzekeringspremie te kunnen incasseren. Dan zou in 1939 Coppieters het schilderij weer hebben opgevist, maar het zou reeds helemaal verrot geweest zijn en daarom heeft hij het verbrand in zijn open haard. Een plausibele theorie, alleen… het schilderij wàs niet verzekerd!
Een tweede theorie is dat het verborgen is op de plaats waar nu het gigantische orgel staat. Ten eerste was dat orgel er op het moment van de diefstal nog niet en ten tweede heeft men daar nog niet goed gekeken omdat het afbreken van dat orgel een veel te omslachtige bezigheid is. Bij oppervlakkige zoektochten heeft men er wel eens een afbeelding van het Lam Gods gevonden. Puur toeval of een aanwijzing van Goedertier? Tenslotte stond die toch bekend als een flauwe plezante. Zo loste hij met gemak tal van inbraken op (in de kerk van zijn woonplaats Wetteren, bij zijn schoonbroer, een juwelier in Dendermonde), die hij wellicht zelf had gepleegd.

BLUNDERS
Er werd wel ongelooflijk slordig omgesprongen met het onderzoek. Naar eigen zeggen was minister van justitie Paul Emile Janson helemaal niet geïnteresseerd in het terugvinden van de dader. Het paneel terugvinden was voldoende. Vandaar b.v. dat men zes maanden wachtte om de taxichauffeur te ondervragen die een deel van het losgeld kwam ophalen. Uiteraard herinnerde die zich nog nauwelijks iets van zijn opdrachtgever. Men had overigens niemand bij pastoor Meulepas (die als tussenpersoon fungeerde) geposteerd, het was de meid die zag dat het met een taxi werd gebracht!
Goedertier gebruikte ook een code, die tot nu toe niet kon worden ontcijferd. Toen Patrick Bernauw zich in een antiquariaat het boek “De dubbele muur” van Valère De Pauw wou aanschaffen, een roman over de fameuze diefstal, bleek dit echter een dummy te zijn en die zou ook een boodschap in code hebben bevat, die Bernauw bijna onmiddellijk kon doorbreken (de klinkers waren genummerd van 1 tot 5, waarbij A 1 is). Daar zou dan hebben gestaan dat het paneel verborgen zit “waar koe en vogel elkaar ontmoeten”. Op de hoek van de Koestraat en de Vogelmarkt staat nu een winkel van Kid Cool, maar indertijd was dit de woning van Jan Van Eyck. Te mooi om waar te zijn natuurlijk.
De link tussen beide mysteries zit volgens Bernauw en Geysen bij de nazi’s, die zoals we konden zien in de Indiana Jones-films van Steven Spielberg (”The raiders of the lost ark” en “The last crusade”), erg geïnteresseerd waren in dergelijke zaken. Dit kwam door het werk van Otto Rahn i.v.m. de Graal. Himmler kwam hiervan zo onder de indruk dat hij Rahn in dienst nam. Toen deze op die manier in contact kwam met concentratiekampen zoals Buchenwald of Auschwitz (al was dat nog vóór de invoering van de gaskamers), was hij dermate geschokt van het misbruik dat van zijn ideeën werd gemaakt, dat hij ontslag wilde nemen. Dat mocht echter niet en daarom pleegde Rahn in 1939 zelfmoord.
De SS was zelf georganiseerd als een Teutoonse Ridderorde, die rechtstreeks terugging op de Tempeliers. Ook bij de nu nog acht bestaande Tempeliersorden in België zijn er fascistische strekkingen (overigens ook andere die zich bezighouden met erotiek en magie). De benaming Derde Rijk verwijst trouwens naar de Tempeliersterminologie, waarbij het Eerste Duizendjarig Rijk dat van God de Vader zou zijn en het Tweede dat van God de Zoon. Het Derde (dat van de Heilige Geest) zou dus eigenlijk in het jaar 2000 moeten gevestigd zijn. Oef, daar zijn we ook weer aan ontsnapt! Of kan de overwinning van het kapitalisme op het communisme (de val van de muur in 1989) daar niet voor staan? Wat is het fascisme immers anders dan extreem kapitalisme?
Tijdens de bezetting openden de nazi’s alleszins opnieuw het onderzoek. Het was trouwens een SS’er die voor het eerst de link met het boek van Arsène Lupin opmerkte, maar toen hij (te?) dicht bij de oplossing van het raadsel kwam, werd hij naar het Oostfront gestuurd.
Goedertier zelf kwam wel op voor de Katholieke Volkspartij (hij stierf trouwens aan een hartaanval tijdens een verkiezingsrede; het was daar op zijn sterfbed dat hij zichzelf aangaf als dader van de diefstal, waarna kort daarop zijn twee handlangers stierven resp. aan een hersen- en maagbloeding), maar zijn vriend De Vos was extreem-rechts. Een afstammeling hiervan volgde een eigen spoor dat naar de familie De Vis leidde. Louis Paul Boon had eveneens belangstelling voor de geschiedenis van deze familie, die hij wou verwerken in “De kasteelheertjes”, maar ook hier maakte de dood een voortijdig einde aan deze plannen.
Ronny DE SCHEPPER
(*) Bij deze interpretatie volg ik alweer het boek, want op 7 februari 2008 werd in de Gentse Sint-Michielskerk een mis opgedragen ter ere van de zalig verklaarde Karel, de voormalige keizer van Oostenrijk, en de vader van Otto en Rudolph en dus ook de grootvader van prins Lorenz. Die mis werd georganiseerd door een comité ter ere van de zalige Karel, dat wordt geleid door de Gentenaar Peter Broos, ridder in de Constantijnse orde van Sint-Joris. De grootmeester van die orde is het hoofd van het huis van de Bourbons van de beide Siciliën. En die orde is vergelijkbaar met de orde van Malta of van het heilig Graf. (Bron: De Gentenaar 12/1/2008)
Referentie
John Matthews, De Heilige Graal, de belichaming van een droom, Amsterdam, De Driehoek, 1992


De Paus van Satan (Mysterieus België, #22) by Draft2Digital

14.3.15

Wie is Ysa Pastora?


Mysteries, mysteries...

Ene Ysa Pastora vraagt mij een website op te starten (www.rauna.eu) en op basis van het materiaal dat zij mij bezorgt (en dat iedere donderdag op de website moet gepubliceerd worden) een boek te schrijven over een verdwenen Nazi Schat. Ysa Pastora is een pseudoniem, als portretfoto bezorgt ze mij onderstaande illustratie, gelicht uit het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck - sommigen hebben er Jeanne d'Arc in gezien, anderen een Tempelier (het bewuste paneel heet dan ook Milites Christi, of Soldaten van Christus - de officiële benaming van de Tempeliers... en de ridder draagt ook het banier van de orde). 


Sinds donderdag is Ysa Pastora spoorloos en reageert zij niet op mijn mails, maar in Mittenwald wordt op donderdag wel ene Cyril Whistler gesignaleerd, die op vrijdag de dertiende officieel bekend maakt daar de Nazi Schat gevonden te hebben. En laat de Tempeliers nu net door Filips de Schone gearresteerd zijn op een vrijdag de dertiende (oktober 1307), sindsdien de ongeluksdag bij uitstek. (Zie ook Nazi Schat gevonden op Vrijdag de Dertiende?)

Waarna Cyril de bovenstaande gevleugelde woorden van Bertus Aafjes twittert:

Een vogel fluit de waarheid.
Een mens kan fluiten naar de waarheid.

Het zou een reactie zijn die ik ergens achtergelaten heb - op zijn website, Tears of the Wolf? Facebook pagina? Twitter? Alleen... Ik was het niet!

En waar is Ysa Pastora?



Tears of the wolf from Tears of the wolf on Vimeo.


PS: "Of er iets ligt, dat weet niemand, daar kom je alleen achter door onderzoek te doen." - Tsja, zo kan ik het ook, een schat vinden:

Omroep Gelderland:
De code is dus gekraakt en de schat moet dus in Mittenwald liggen, maar de muzikant gaat er dus niet achteraan. 'Het ware goud is het prachtige klankhout wat daar te vinden is. Ik heb geen idee of er nu gegraven wordt daar, maar het terrein wordt goed bewaakt, zo heeft de burgemeester mij verzekerd. Of er iets ligt, dat weet niemand, daar kom je alleen achter door onderzoek te doen. Dat laat ik over aan de gemeente Mittenwald en de Duitse minister van Defensie, want die heb ik hierover ingelicht.'

19.2.15

Is een Nazi Schat nog steeds een beloning van 25.000 dollar waard?

Op 17 januari 2015 vond Patrick Bernauw deze brief in zijn brievenbus:


Technisch-juridisch gesproken is het zo dat er nog steeds $ 25.000 beloning ligt te wachten op de persoon die erin slaagt de code te kraken, waar deze brief naar verwijst:



Op www.rauna.eu lezen we:

"Zo wordt het immers nog steeds door uitgeverij Elmar gecommuniceerd: Nazi-code blijft ongebroken; beloning verhoogd naar 25.000 dollar. En bij mijn weten – al kan ik ook iets gemist hebben, ik vertoef met enige regelmaat in het buitenland – is er nergens een weerlegging verschenen. Het reglement is evenwel verwijderd, of in ieder geval onvindbaar gemaakt.
Ik, Ysabella Hannah Geertruida Pastora, doe hierbij dan ook een formele oproep aan Karl Hammer en uitgeverij Elmar om het reglement opnieuw openbaar te maken. Het is namelijk zo dat ik de code heb gebroken, en dat ik binnen afzienbare tijd in het bezit zal zijn van wat inmiddels bekend staat als ‘de Nazi Schat’. Zolang de heer Hammer en/of zijn uitgever geen duidelijkheid scheppen rond de door hen uitgeloofde beloning, en de voorwaarden daaraan verbonden, is het voor mij uiteraard onmogelijk de informatie waarover ik beschik te onthullen.
Let wel, het is mij niet te doen om het goud of de diamanten van Hitler, en eigenlijk ook niet om de $ 25.000. Net zoals de heer Hammer ben ik niet geïnteresseerd in het slijk der aarde, en wil ik alleen mijn verhaal gepubliceerd zien, en als het even kan ook verfilmd. De beloning sta ik graag af aan de persoon of personen die er als eersten zullen in slagen, op basis van mijn aanwijzingen, ‘de Nazi Schat’ te vinden."
 
Wie het hele verhaal wil volgen, rept zich dus best als de Bliksem (of de Hamer van Thor?) naar www.rauna.eu

9.2.15

Pee Klak, de interviews - en het ebook van Els Vermeir





Uit een interview van Els Vermeir, afgenomen door Patrick Bernauw:
Patrick: "Een tijdje geleden kwam ik op het idee, samen met mijn cursisten Literaire Creatie aan de Academie voor Podiumkunsten van Aalst, een project uit te werken rond de beruchte (volks)figuur van Pee Klak, vooral bekend in Aalst en omstreken.  En toen, ineens, en terwijl de anderen nog aan ’t nadenken waren, bleek Els Vermeir in haar eentje al zowat een volledig boek bij elkaar geschreven te hebben. Ik vroeg mij af: welke pillekes heeft die genomen?"
Els: "Nee, Patrick, er zijn geen pillekes aan te pas gekomen. Eerst wist ik ook helemaal niet hoe ik eraan moest beginnen. Ik had wel het boek van Ben Putteman gelezen en hier en daar wat dialectwoorden van vroeger opgezocht, maar verder had ik geen idee wat ik daarmee kon doen. Tot ik Pee ontmoette."
Patrick: "Jamaar, deze Pee... die was toch al lang dood? Al sinds 1929, als ik het goed heb?" 
Els: "Dat klopt, maar een Geest heeft het eeuwig leven hé. Hij leek in elk geval als twee druppels water op de foto’s die van hem bestaan. Ja, en toen begon hij te vertellen, en ik moest dat alleen nog maar opschrijven… dus dat ging eigenlijk vanzelf.
Patrick: "Dat boek van u is met andere woorden geen fictie, maar een waarheidsgetrouw verslag?"
Els: "Ja, zo kan je ’t wel stellen."
En hier zijn dus de fameuze interviews, afgenomen door Els Vermeir van "De Geest van Pee Klak", zoals we die ook in het gelijknamige boek kunnen vinden.